Kanker van de endeldarm

Rectum- of endeldarmkanker treedt op in het laatste deel van de dikke darm. Dit type kanker ontwikkelt zich vrijwel altijd uit een poliep van het slijmvlies.

Symptomen

De symptomen van endeldarmkanker zijn gelijkaardig aan die van dikkedarmkanker: chronische buikpijn, bloed in de stoelgang, een wisselend stoelgangpatroon (diarree of constipatie) en onverwacht gewichtsverlies.

Behandeling

Patiënten die in het UZ Gent een gecombineerde behandeling voor endeldarmkanker ondergaan, hebben een grotere overlevingskans na 5 jaar dan het gemiddelde voor Vlaanderen.

Om de kwaliteit van de behandeling en de beste overlevingskans te garanderen, is het essentieel dat het behandelende centrum over de nodige expertise beschikt. Daarvoor moet het – net zoals het UZ Gent – jaarlijks voldoende van dergelijke ingrepen uitvoeren. Op de website zorgkwaliteit.be kunt u de kwaliteit van de zorg vergelijken in de verschillende ziekenhuizen.

Ruime expertise

Onze chirurgen beheersen de techniek om de sluitspier (sfincter) te sparen. Dat betekent dat we zelfs bij tumoren vlak bij de sluitspier de normale anatomie trachten te herstellen om zo een permanente stoma te vermijden.

We zijn ook een referentiecentrum voor de behandeling van een tumor die opnieuw aangroeit op de plaats waar hij werd verwijderd. In dat geval kunnen een grondige uitruiming van het bekken en zelfs brachytherapie – een lokale, inwendige bestraling van overgebleven tumorcellen – nodig zijn. Dat gebeurt in eenzelfde heelkundige ingreep. In Europa voeren slechts enkele centra deze behandeling uit.   

Behandelende artsen

LAR-syndroom na endeldarmchirurgie

Het stoelgangpatroon verandert onvermijdelijk als de endeldarm (grotendeels) wordt weggenomen. De stoelgang gaat van de dikke darm naar de endeldarm die dienstdoet als opvangreservoir. Als de darm vol is, sturen de zenuwen van daaruit signalen naar de hersenen. Zonder dat opvangreservoir of met een slechtwerkende sluitspier verlies je grotendeels de controle over je stoelgangpatroon.

Een deel van de patiënten ontwikkelt na chirurgie het LAR-syndroom, laag anterieur resectie syndroom(LARS): ernstige stoelgangproblemen zoals incontinentie, permanente of verminderde aandrang, voortdurend stoelgang maken zonder de darmen volledig te ledigen, verlies van controle over de stoelgang enzovoort.

Lees meer over het LAR-syndroom.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 8-9-2020 12:12.