U bent hier: Skip Navigation LinksUZ Gent > Actueel > Nieuws

Hulpverleners reanimeren nog te vaak

4-10-2018

Hulpverleners schatten vaak verkeerd in hoe zinvol een reanimatiepoging is. Dat wijst een internationaal onderzoek uit onder leiding van dr. Patrick Druwé, intensivist in het UZ Gent. De onderzoekers bevraagden meer dan 4.000 artsen, verpleegkundigen en ambulanciers.

Kleine kans op succes

Als het hart van een patiënt volledig stilgevallen is (geen elektrische hartactiviteit meer), zijn er geen vaste criteria om al dan niet een reanimatie op te starten. Zorgverleners moeten dan op zeer korte tijd afwegen of de patiënt een kans heeft om te overleven en of er zware neurologische schade zal zijn.

Driekwart van de reanimatiepogingen door zorgverleners van een spoedgevallen-, ambulance- of MUG-dienst gebeurt op patiënten die geen elektrische hartactiviteit meer hebben.

  • Maar 4,9 % daarvan overleeft de reanimatie
  • Bij mensen ouder dan 80 jaar is dat zelfs maar 0,4 %

Toch nuttig?

Ondanks de kleine kans op succes gaven veel zorgverleners aan dat ze hun laatste reanimatiepoging op een patiënt zonder elektrische hartactiviteit toch nuttig vonden.

  • 74 % vond de poging zinvol, 10,3 % twijfelde, 15,5 % vond het ongepast
  • Bij patiënten ouder dan 80 jaar vond 44% de poging zinvol, 32% twijfelde en 24% vond het ongepast
  • Vooral zorgverleners met veel ervaring twijfelden over het nut van de reanimatiepoging

‘Die cijfers staan haaks op de lage overlevingskans,’ stelt dr. Druwé vast. ‘We maken dus vaak een verkeerde inschatting en gaan te snel over tot een nutteloze reanimatie.’

In het belang van de patiënt

Moet een zorgverlener dan niet altijd al het mogelijke doen? ‘We moeten handelen in het belang van de patiënt,’ legt dr. Druwé uit. ‘Als we weten dat een patiënt zal sterven, moeten we zorgen voor een waardig levenseinde en de tijd nemen om de familie te steunen.’

Ook de impact op zorgverleners is groot. Dr. Druwé: ‘Als reanimaties zo goed als nooit lukken, raakt een zorgverlener ontmoedigd en vergroot op termijn het risico op een burn-out.’

Besluitvorming in team

Dr. Druwé pleit dan ook voor meer reflectie en beslissingen in team.

  • Opleidingen besteden vooral aandacht aan de technische kant van een reanimatie, maar zouden ook meer moeten inspelen op de besluitvorming in team. De recente professionalisering van de opleiding Urgentiegeneeskunde biedt daarbij kansen.
  • De inschatting van ervaren hulpverleners moet meer doorwegen, los van hun functie.
  • Alle hulpverleners moeten regelmatig feedback krijgen over het resultaat van reanimaties.

De onderzoekers roepen ten slotte ook huisartsen, andere specialisten en verantwoordelijken in woonzorgcentra op om tijdig een gesprek over het eindeleven aan te gaan.