U bent hier: Skip Navigation LinksUZ Gent > Actueel > Nieuws

Kwaliteitsindicatoren bij borstkanker: Borstkliniek UZ Gent scoort erg goed op vlak van kwaliteit in diagnose, behandeling en overleving

13-12-2013

Resultaten van Vlaams Indicatoren Project VIP² bekendgemaakt

Gent, 13 december 2013 - Het Universitair Ziekenhuis Gent heeft de voorbije jaren intensief meegewerkt aan het Vlaams Indicatoren Project VIP² dat bepaalde aspecten van de kwaliteit van de zorg zichtbaar wil maken. In een eerste stap in dat project worden vandaag de kwaliteitsindicatoren voor de diagnose, behandeling en overleving bij borstkankerpatiënten bekendgemaakt. De Borstkliniek van het UZ Gent haalt in bijna alle categorieën een hoge score. Voor elke score is er een gefundeerde verklaring.

De cijfers waarop het onderzoek gebaseerd is, dateren van 2007-2008. Intussen zijn de werkwijzen en technieken voor diagnose en behandeling verder verfijnd en verbeterd.

5-jaarsoverleving

Voor bijna alle kwaliteitsindicatoren zien we dat de Borstkliniek van het UZ Gent in de onderzochte periode al in de bovenste kwartiele scoort. De gemiddelde leeftijd van de vrouwen die zich er voor een behandeling van hun ziekte aanbieden, is met 57 jaar relatief jong. Dat heeft alles te maken met de derdelijnsfunctie van het centrum, waardoor patiënten met een agressievere vorm en een relatief ongunstige prognose heel vaak naar ons worden doorverwezen. Die vaststelling vindt uiteraard haar weerslag in de resultaten. "Toch kan onze borstkliniek heel mooie resultaten voorleggen. Als we de 5-jaarsoverleving als belangrijkste kwaliteitsindicator bekijken, zien we in de groep van vrouwen met de ziekte vóór de menopauze en met weinig gunstige vooruitzichten een 5-jaarsoverleving van 89,6%, vergelijkbaar met de overleving na de menopauze (87,2%) die algemeen een betere prognose geeft. Zelfs in een zeer ongunstige situatie (d.w.z. patiënten met uitzaaiingen) halen we nog een 5-jaarsoverleving van 16,7%. Dit zijn zonder meer uitstekende resultaten", zegt prof. dr. Veronique Cocquyt, coördinator van het Zorgprogramma Oncologie in het UZ Gent. "Bovendien blijkt dat we er in ons centrum in slagen om 70,5% van de patiënten met borstkanker of mammacarcinoma borstsparend te behandelen. Daarmee zitten we beduidend boven de norm van 50-60%."

grafiek1 

Bijschrift grafiek 1: De geobserveerde vijfjaarsoverleving (%) van vrouwen met een diagnose van invasieve borstkanker

Borstkanker B11

​Karakteristiek​Aantal patiënten​Geobserveerde overlevingBovengrens BI​​Ondergrens BI
​Totaal
​Alle patiënten439​83.2%​​86.5%​79.3%
​Leeftijd (jaar)
​<50​13389.6%​​93.9%82.7%​
​50-69​221​87.2%​91.0%​82.1%
​70+85​​62.6%72.4%​​50.7%
​Gecombineerd stadium
​I193​​93.7%​96.5%​88.7%
​II​171​86.7%91.0%​80.4%​
​III​31​79.5%​90.3%​59.6%
​IV​25​16.0%35.8%​​3.8%
​X​1936.8%​57.5%​​16.5%

 

Superieure medische beeldvorming

Als de resultaten van de Borstkliniek afwijken van de norm, bestaat daar een wetenschappelijk gefundeerde uitleg voor. Prof. Cocquyt: "Zo gebruiken we bij onze patiënten zeer goede beeldvormende technieken om hen op te volgen. In de groep van de vrouwen die neo-adjuvant worden behandeld (1), kan een leek de indruk krijgen dat dit niet het geval is (mammo/echografie 3 maand voor de ingreep: 86,6%). Deze patiënten volgen wij echter niet op met mammografie, maar met MRI (magnetische resonantie imaging) die een superieure medische beeldvorming geeft bij borstgerelateerde problemen. Dit geldt trouwens ook voor hoogrisicopatiënten (bv. vrouwen die borstkanker kregen door het BRCA-gen), waardoor je verkeerdelijk kan interpreteren dat onze beeldvorming met mammografie en echografie onder de norm ligt."

Topexpertise voor reconstructieve heelkunde

Het eerder lage percentage borstsparende heelkunde bij vrouwen met in situ carcinoma (2) is het gevolg van de intense samenwerking met de dienst Plastische Heelkunde die wereldfaam verwierf in de ontwikkeling van reconstructieve heelkunde van de borst. "Omdat die kennis en ervaring in huis beschikbaar is, gaan we sneller dan andere centra over tot mammectomie (3) met reconstructie. Daardoor slagen we er ook in om onze patiënten na de ingreep bestralingen of radiotherapie te besparen", zegt prof. Veronique Cocquyt.

Veel doorverwijzingen uit periferie

"Het relatief lage percentage multidisciplinaire oncologische consultaties of MOC’s (86,6% vs 90%-100% als norm) is te verklaren doordat we vrij veel verwijzingen krijgen uit perifere ziekenhuizen waar al een MOC heeft plaatsgehad voor die patiënt. Wettelijk gezien mogen wij dat niet herhalen. Na de behandeling in onze borstkliniek worden de patiënten onverwijld terugverwezen naar hun oorspronkelijke centrum", gaat prof. dr. Rudy Van den Broecke, coördinator van de Borstkliniek in het UZ Gent verder. "Tot slot willen we erop wijzen dat het percentage "ongekend klinisch stadium" het gevolg is van het feit dat we in de periode 2007-2008 voornamelijk de nadruk legden op het pathologisch stadium dat we door microscopisch onderzoek bepalen, eerder dan op het klinisch stadium, bepaald door het lichamelijk onderzoek (en daarom minder precies). Deze situatie werd een hele tijd geleden al gecorrigeerd, zodat we nu beide stadia rapporteren."

Bekijk hier het volledige rapport van het UZ Gent (met toelichting).

____________________________

(1) Een neoadjuvante behandeling wordt gegeven vóór een operatie, om een tumor te verkleinen zodat hij makkelijker weg te nemen is en zo de overleving op lange termijn verbetert

(2) Carcinoma in situ zijn niet-invasieve kankers, kleine gezwellen die (nog) niet buiten de grenzen van de melkgang of de melkklier zijn gegroeid.

(3) Mammectomie of borstamputatie