U bent hier: Skip Navigation LinksUZ Gent > Actueel > Nieuws

Eenvoudige bloedtest meet risico op leverkanker bij patiënten met levercirrose

27-10-2015

​Onderzoekers van het UZ Gent en VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) hebben een test ontwikkeld die het risico op leverkanker kan meten bij patiënten met levercirrose. Die aandoening leidt bij een op de drie patiënten tot een hepatocellulair carcinoom (HCC), een kwaadaardig levergezwel. De test wordt nu verder verfijnd om zo snel mogelijk toepasbaar te zijn in de zorg.

Eenvoudige bloedtest

De GlycoCirrhoTest (GCT) is een bloedtest voor levercirrose die al in 2004 werd ontwikkeld door het UZ Gent en VIB. De onderzoekers verfijnden nadien de methodiek en pasten ze recent toe op de bloedserumstalen van 132 patiënten met levercirrose, die gedurende vier jaar medisch waren opgevolgd. Bij de patiënten die in die periode een hepatocellulair carcinoom hadden ontwikkeld, vertoonde de test significant hogere waarden. Dat betekent dat de test patiënten kan indelen in een hoog- en een laagrisicogroep voor het ontwikkelen van HCC.

Opvolging op maat

Vandaag krijgen patiënten met levercirrose elke zes maanden een echografie van de lever om tumoren zo vroeg mogelijk te kunnen opsporen. Omdat met de bloedtest het risico op het ontwikkelen ervan eenvoudig kan worden gemeten, zullen artsen in de toekomst de intensiteit van opvolging van een patiënt kunnen afstemmen op het gemeten risico.

Vroegtijdige detectie cruciaal

In Europa lijdt ongeveer een op de duizend mensen aan levercirrose, een ernstige en onomkeerbare beschadiging van de lever. Die wordt meestal veroorzaakt door aandoeningen zoals hepatitis B of C of door chronisch alcoholgebruik. Levercirrose leidt bij een derde van de patiënten tot een hepatocellulair carcinoom (HCC), een kwaadaardig levergezwel. HCC is de derde grootste doder onder de kankers in Europa. Als de tumor tijdig wordt opgemerkt en chirurgisch kan worden weggenomen, bedraagt de overlevingskans na vijf jaar dertig tot vijftig procent. Patiënten in een ernstiger stadium hebben gemiddeld nog drie tot twintig maanden te leven. ​