Oogheelkunde
Algemene situering
De dienst Oogheelkunde van het UZ Gent is een derdelijnscentrum waar een zeer grote verscheidenheid aan oogproblemen behandeld wordt. Oogartsen uit het hele land verwijzen patiënten door. De patiënten worden gezien op gespecialiseerde spreekuren. De oogartsen zijn opgedeeld in subspecialistische groepen: zo zijn er oogartsen die alleen netvlieschirurgie of corneachirurgie doen. Bovendien heeft onze dienst een belangrijke taak in het opleiden van artsen tot oogartsen. Alle assistenten werken onder supervisie van een stafarts. In samenwerking met andere centra wordt wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Doel van het onderzoek is om er voor te zorgen dat operaties, behandelingen met medicijnen en andere vormen van behandelen veiliger, effectiever en vaak ook sneller verlopen. Daarmee komt wetenschappelijk onderzoek uiteindelijk de patiëntenzorg ten goede.
Hieronder vindt u een overzicht en een kort woordje uitleg over onze belangrijkste gespecialiseerde spreekuren. Bij de contactgegevens en in de subrubriek "Raadplegingen per arts" kan u terugvinden wanneer deze verschillende consultaties doorgaan en hoe u best een afspraak maakt.
Cataractchirurgie
De lens van het menselijke oog functioneert als de lens van een camera. Zij is gelegen achter de pupil en haar functie bestaat erin invallende lichtstralen te focusseren op het netvlies. Cataract is een vertroebeling van de lens zelf waardoor het zicht troebeler wordt en de kleuren minder intens worden. Het probleem kan niet langer met een bril opgelost worden en een chirurgische ingreep is noodzakelijk.
De behandeling van cataract bestaat altijd uit een operatie waarbij de ooglens wordt vervangen door een kunstlens. Deze ingreep gebeurt meestal via daghospitalisatie met lokale verdoving. Via een kleine insnijding in het hoornvlies wordt een sonde in het oog gebracht die door middel van ultrasonen de ooglens in kleine stukken verbrijzelt die daarna kunnen opgezogen worden. Dit noemt men de phaco-emulsificatietechniek. Dan wordt er een plooibare kunstlens in het leeggemaakte lenskapsel geplaatst.
Indien cataract het enige probleem is aan het oog, mag men in 99% van de gevallen een duidelijke verbetering van de gezichtsscherpte verwachten na een chirurgische ingreep. Indien er tegelijk andere oogletsels aanwezig zijn zoals problemen met de cornea, de retina of de oogzenuw, dan is een perfecte visus na een cataractoperatie misschien niet mogelijk. Na een grondig oogonderzoek kan de oogarts het te verwachten resultaat inschatten en bespreken.
Refractieve chirurgie
Onder refractieve chirurgie verstaat men de ‘bril of contactlens vervangende' operatieve ingrepen aan het oog. Het is een verzamelnaam voor operatieve ingrepen aan het oog die het brekend vermogen van het oog veranderen. Hierdoor wordt het invallend licht op de juiste wijze gefocusseerd op het netvlies waardoor refractie- of brekingsafwijkingen (vb. bijziendheid of verziendheid) op een blijvende manier gecorrigeerd worden. De meeste refractieve ingrepen gebeuren met de excimer laser waarbij een betere focussering bekomen wordt door de vorm van het hoornvlies te veranderen.
Om te weten welke ingreep het meest geschikt is voor de specifieke patiënt dienen een heleboel oogonderzoeken te gebeuren waaronder ook een druppeltjestest die de pupillen openzet. Hiervoor kan u de eerste keer best een hele voormiddag tijd uittrekken. Daarnaast is het ook heel belangrijk dat u, de contactlenzen, indien u die draagt, uitlaat gedurende een aantal weken voorafgaand aan de consultatie. Bij het maken van een afspraak hoort u hoe lang u uw contactlenzen dient uit te laten.
Cornea en voorste oogsegmentproblemen
De cornea (of hoornvlies) is het kleine, doorzichtige venstertje dat zich vooraan in het oog bevindt. Al het binnenkomend licht moet langs daar passeren vooraleer het op het netvlies van het oog kan vallen. Als er problemen zijn met de cornea, uit zich dat vaak via problemen met het zicht.
Er zijn heel veel verschillende ziektes die een effect kunnen hebben op de cornea. Uw verwijzende arts zal vaak al een eerste diagnose gesteld hebben en verwijst u dan door naar ons voor verdere behandeling. Indien oogdruppels het probleem niet kunnen oplossen, gaan we soms over tot een cornea transplantatie. Dan wordt uw eigen cornea vervangen door een cornea van een overleden donor. Afhankelijk van het probleem met de cornea wordt het volledige venstertje vervangen (= penetrerende keratoplastie) ofwel wordt enkel de zieke laag vervangen (= lamellaire keratoplastie).
Medische retina
Medische retina is de subspecialiteit die zich bezighoudt met de studie van netvliesziekten, zoals ondermeer de diabetische retinopathie (netvliesaantasting door suikerziekte) en leeftijdsgebonden maculadegeneratie. Om deze aandoeningen te bestuderen wordt naast het onderzoek van het netvlies met behulp van lenzen, vaak gebruik gemaakt van speciale beeldvormingstechnieken, om de structuur van het netvlies en zijn bloedvaten beter aan te tonen. Hierbij worden dan foto’s gemaakt, al dan niet na inspuiting van een contraststof (angiografie). De twee types angiografie die gebruikt worden zijn de fluoresceïne- en de indocyaninegroen-angiografie. Welke techniek men kiest, hangt van de aandoening af.
Voor die netvliesziekten waarvoor therapie noodzakelijk is, wordt vaak een laserbehandeling uitgevoerd. Met laser wordt bedoeld dat men met intens licht van één welbepaalde golflengte een welbepaald deel van het netvlies of de bloedvaten erin zal wijzigen. Er zijn verschillende lasers voorhanden in de oogziekten. Het type dat men gebruikt, hangt opnieuw af van het doel dat men wil bereiken.
Voor andere aandoeningen van het netvlies is chirurgie noodzakelijk (zie chirurgische retina ).
Glaucoom
Glaucoom is een verzamelnaam voor een aantal oogaandoeningen die als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat ze kunnen leiden tot blindheid door het afsterven van de oogzenuw. Meestal is dit afsterven het gevolg van een verhoogde oogdruk en dus zal de behandeling voornamelijk gericht zijn op het verlagen van de oogdruk.
In veel gevallen is glaucoom een ziekte op zich; dan spreken we van primair glaucoom. In andere gevallen is een verhoogde oogdruk het gevolg van een andere oogziekte; dan spreken we van een secundair glaucoom. Tenslotte kunnen afwijkingen in de structuur van het oog bij de geboorte aanleiding geven tot een verhoogde oogdruk bij zuigelingen of jonge kinderen; we spreken dan van aangeboren glaucoom.
De bedoeling van de glaucoomconsultatie is:
-
vast te stellen of de patiënt lijdt aan glaucoom, m.a.w. of er beschadiging is aan de oogzenuw tengevolge van glaucoom;
-
de juiste oorzaak van dit glaucoom te achterhalen;
-
de gepaste behandeling in te stellen om verdere schade te voorkomen;
-
te controleren of de ingestelde behandeling succesvol is op lange termijn.
De behandeling van glaucoom varieert naargelang het type en de ernst. Bij de meeste patiënten kan de druk geregeld worden met behulp van oogdrukverlagende druppels. In sommige gevallen kan een laserbehandeling aangewezen zijn. Tenslotte, wanneer de patiënt de druppels niet verdraagt, of wanneer de druk er onvoldoende door daalt, of wanneer de patiënt het niet zo nauw neemt met zijn behandeling, kan de oogarts een noodzakelijke chirurgische ingreep voorstellen om de evolutie van het glaucoom af te remmen.
Oculoplastische en orbita
Dit deelgebied van de oogheelkunde omvat de behandeling van afwijkingen ter hoogte van de oogleden, traanwegen en oogkas.
Voorbeelden van ooglidpathologie die voor heelkundige correctie in aanmerking komen, zijn o.a. een afhangend ooglid, een naar binnen (=entropion) of naar buiten (=ectropion) kantelend ooglid, ooglidtumoren, esthetische correctie van huidteveel in boven- en/of onderoogleden (=blefaroplastie), …
Een tranend oog kan, naast andere oorzaken, ook het gevolg zijn van problemen ter hoogte van de traanwegafvoerkanaaltjes. Hierbij proberen we eerst de bestaande afvoerkanalen te verbeteren (via sondage of siliconeslangintubatie). Lukt dit niet, dan wordt er een nieuw kanaal chirurgisch aangemaakt (=dacryocystorhinostomie).
De oogkaschirurgie richt zich dan weer vooral op tumoren rond het oog en het corrigeren van te sterk naar voor staande ogen bij schildklierpathologie.
Kinderoogziekten (pediatrische oftalmologie)
Kinderoftalmologie houdt zich bezig met de visuele ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen die daarmee kunnen gepaard gaan.
Met behulp van gespecialiseerde testen kan reeds zeer vroeg een idee worden gevormd over het zicht van een kind. Specifieke ziekten of zelfs de nood aan een bril kunnen bedreigend zijn voor de visuele ontwikkeling van een kind, zodat vroegtijdige opsporing een belangrijk is.
Oogartsen met een bijkomende opleiding in de kinderoogheelkunde onderzoeken kinderen op daartoe ingerichte raadplegingen. Zij worden hierin ook bijgestaan door speciaal opgeleide medewerkers (orthoptisten).
De gespecialiseerde raadplegingen voor scheelzien (strabisme) leunen sterk aan bij de kinderoftalmologie. De artsen die deze raadplegingen doen, zijn ook diegene die eventuele chirurgische ingrepen uitvoeren om het scheelzien te verhelpen.
Uveïtis
Uveïtis is de gangbare benaming om een ontsteking van de uvea aan te duiden. De uvea is een structuur van het oog die uit 2 delen bestaat: de voorste uvea of het regenboogvlies is het gekleurde deel van het oog (= de iris); de achterste uvea of vaatvlies is een structuur die in verbinding staat met het regenboogvlies, maar zich uitstrekt naar de achterpool van het oog, tussen het netvlies (= de retina) aan de binnenzijde en de harde oogrok (= de sclera) aan de buitenzijde. De uvea bestaat voornamelijk uit bloedvaten, vandaar de nederlandse naam vaatvlies.
Een ontsteking van de voorste uvea is een iritis of regenboogvliesontsteking. Dit uit zich als een rood, pijnlijk lichtgevoelig oog dat vaak minder goed ziet. Een ontsteking van het vaatvlies of een achterste uveïtis is meestal uitwendig niet te zien, maar leidt dikwijls tot een wazig zicht door zwelling van het netvlies, door vertroebeling van het glasvocht, of door ontstekingshaarden die ook het netvlies aantasten. Soms is de ontsteking gelocaliseerd op de overgang tussen het regenboogvlies en het vaatvlies: dan spreekt men over een intermediaire uveïtis. In zeldzame gevallen is zowel de voorste als de achterste uvea betrokken bij het ontstekingsproces: dit noemen we panuveïtis.
De oorzaak van uveïtis is meestal een overdreven reactie van het eigen afweersysteem (een auto-immuun proces). In een minderheid van de gevallen gaat het om een infectieus proces. In ongeveer 30% der gevallen kan geen oorzaak gevonden worden. Tijdens de uveïtisconsultatie zal de oogarts proberen zo nauwgezet mogelijk het type uveïtis te bepalen en een gepaste behandeling voorschrijven. Meestal bestaat die uit ontstekingsremmende middelen onder vorm van druppels, locale injecties of algemene medicatie. Zowel voor de diagnose als de therapie van uveïtis is samenwerking met andere artsen (huisarts, internist, reumatoloog, …) noodzakelijk.
Chirurgische retina
Chirurgische retina is een subspecialiteit binnen de oogheelkunde die zich bezighoudt met heelkunde van het netvlies en glasvocht.
Het netvlies of de retina is de lichtgevoelige film die de binnenwand van het oog bekleedt. Sommige ziektes van het netvlies vereisen een heelkundige ingreep. De meest uitgevoerde ingreep is een vitrectomie. Dit kan je het best vergelijken met een soort kijkoperatie. Kleine sneetjes worden gemaakt aan de voorzijde van het oog. Vervolgens wordt met behulp van fijne instrumenten het glasvocht (of het vitreum) verwijderd. Soms is dit reeds voldoende om een patiënt zijn zicht terug te geven (bv. bij een glasvochtbloeding). Bij andere aandoeningen is dit slechts het begin van de ingreep. Bijvoorbeeld, bij een netvliesloslating zal na het verwijderen van het glasvocht, het netvlies terug tegen de wand van het oog geplaatst worden en vervolgens vast gelaserd worden.
Al bij al is chirurgische retina een moeilijke discipline die zich voornamelijk toelegt op aandoeningen die zonder operatief ingrijpen tot blindheid leiden.
Visuele elektrofysiologie
Visuele elektrofysiologie is de studie van de elektrische functie van het oog en de optische banen in de hersenen. Verschillende technieken zijn voorhanden die telkens een bepaald deel van het visueel systeem testen. Van deze subspecialiteit wordt gebruik gemaakt om een beter inzicht te verkrijgen in de oorzaak van een vermindering van het zicht.
De ganzfeld-elektroretinografie is een techniek waarmee de functie van het netvlies in zijn geheel wordt bestudeerd. De patroon-elektroretinografie test het centrale deel van het netvlies, de gele vlek of macula lutea (vaak kortweg macula genoemd). Visueel opgewekte potentialen testen het geheel van de visuele banen van het oog tot de visuele hersenschors achteraan het hoofd. Nog meer gespecialiseerde testen laten toe om nog dieper in te gaan op bepaalde delen van het visueel systeem.
Naast de elektrische functietesten kan ook meer ingegaan worden op de contrastgevoeligheid, het gezichtsveld, het kleurenzicht en de donkeradaptatie (aanpassingen aan het donker) met bijkomende functietesten.
Oftalmogenetica
De oftalmogenetica is de subspecialiteit binnen de oogziekten die zich bezighoudt met erfelijke oogziekten. Zo worden zowel erfelijke ziekten die zich beperken tot het oog als oogafwijkingen bij algemene erfelijke ziekten bestudeerd.
Heel vaak is voor een juiste diagnose een uitgebreid onderzoek noodzakelijk met onder andere functietesten (zie visuele elektrofysiologie). Nadat een juiste diagnose is gesteld wordt vaak erfelijkheidsonderzoek gedaan om de diagnose al dan niet te bevestigen en/of om prenataal onderzoek te kunnen uitvoeren waar nodig. Dit erfelijkheidsonderzoek wordt uitgevoerd op een bloedstaal dat ter plaatse wordt afgenomen. Een gespecialiseerd laboratorium voor oftalmogenetica is in het UZ Gent voorhanden in het Centrum voor Medische Genetica.
Een uitgebreid genetisch counselingsgesprek door een oogarts met bijkomende opleiding in de medische genetica volgt op het stellen van de juiste diagnose. Op deze wijze komen prognose van de ziekte en herhalingsrisico’s voor eventuele kinderen aan bod in een gesprek door één en dezelfde arts. De uitbouw van de oftalmogenetica in het UZ Gent is uniek in België.
|