Navigatie overslaan.
NL EN
toon de tekst in de standaard lettergrootte toon de tekst in een grotere lettergrootte toon de tekst in de grootste lettergrootte
print huidige pagina

Oogheelkunde

Algemene situering

 

De dienst Oogheelkunde van het UZ Gent biedt het volledige spectrum van de oogheelkundige zorg aan, maar profileert zich voornamelijk als een derdelijnscentrum. Dat weerspiegelt zich in de organisatie van de spreekuren, waarbij algemene raadplegingen hebben plaats gemaakt voor gespecialiseerde spreekuren per subdiscipline: cataract, cornea, glaucoom, medische en chirurgische retina, uveitis, oculoplastische raadpleging, kinderoogheelkunde, oftalmo-genetica, visuele revalidatie.

 

Als universitair centrum heeft de dienst bovendien de belangrijke taak om artsen op te leiden tot oogartsen. Gedurende vier jaar doorlopen de oogartsen de verschillende subdisciplines en leren ze het vak door actief te participeren in patiëntenzorg onder supervisie van een oogarts-subspecialist.

 

De dienst Oogheelkunde voert als universitair centrum ook klinisch-wetenschappelijk onderzoek uit, zowel autonoom als in samenwerking met andere centra en de farmaceutische industrie. Aan patiënten wordt bijgevolg soms gevraagd om deel te nemen aan klinische studies, uiteraard steeds vrijblijvend. Wetenschappelijk onderzoek draagt direct of indirect bij tot het verbeteren van de patiëntenzorg.

 

 

Cataractchirurgie

 

De lens van het menselijke oog functioneert zoals de lens van een camera. Ze ligt achter de pupil en haar functie bestaat erin invallende lichtstralen te focusseren op het netvlies. Cataract is een vertroebeling van de lens zelf, waardoor het zicht troebeler wordt en de kleuren minder intens worden. Het probleem kan niet langer met een bril opgelost worden en een chirurgische ingreep is noodzakelijk.

De behandeling van cataract bestaat altijd uit een operatie waarbij de ooglens wordt vervangen door een kunstlens. Deze ingreep gebeurt meestal via daghospitalisatie met lokale verdoving. Met de phaco-emulsificatietechniek wordt via een kleine insnijding in het hoornvlies een sonde in het oog gebracht die door middel van ultrasonen de ooglens in kleine stukken verbrijzelt die daarna kunnen worden opgezogen. In het leeggemaakte lenskapsel wordt daarna een plooibare kunstlens geplaatst.

Als cataract het enige probleem is aan het oog, mag je in 99% van de gevallen een duidelijke verbetering van de gezichtsscherpte verwachten na een chirurgische ingreep. Zijn er tegelijk andere oogletsels aanwezig zoals problemen met de cornea, de retina of de oogzenuw, dan is een perfecte visus na een cataractoperatie misschien niet mogelijk. Na een grondig oogonderzoek kan de oogarts het te verwachten resultaat inschatten en bespreken.

 

 

Refractieve chirurgie

 

Onder refractieve chirurgie verstaat men de ‘bril of contactlens vervangende' operatieve ingrepen aan het oog. Het is een verzamelnaam voor operatieve ingrepen aan het oog die het brekend vermogen van het oog veranderen. Daardoor wordt het invallende licht op de juiste manier gefocusseerd op het netvlies waardoor refractie- of brekingsafwijkingen (vb. bijziendheid of verziendheid) op een blijvende manier gecorrigeerd worden. De meeste refractieve ingrepen gebeuren met de Excimer Laser waarbij de vorm van het hoornvlies wordt veranderd wat leidt tot een betere focussering.

Om te weten bij welke ingreep de patiënt het meeste baat heeft, moeten een heleboel oogonderzoeken gebeuren waaronder ook een druppeltjestest die de pupillen openzet. De eerste keer trekt u daarvoor het best een ganse voormiddag uit. Draagt u contactlenzen, dan is het erg belangrijk dat u die een aantal weken vóór de consultatie al uit laat. Hoe lang u ze niet mag dragen, verneemt u wanneer u uw afspraak maakt.

In het UZ Gent kunt u ook terecht voor refractieve ingrepen met de Femtosecond Laser, de zogenaamde ‘all laser LASIK’.

 

 

Cornea en voorste oogsegmentproblemen

 

De cornea (of hoornvlies) is het kleine, doorzichtige venstertje dat zich vooraan in het oog bevindt. Het binnenkomende licht moet langs daar passeren vooraleer het op het netvlies van het oog kan vallen. Als er problemen zijn met de cornea, uit zich dat vaak in problemen met het zicht.

Tal van ziektes kunnen een effect hebben op de cornea. Uw verwijzende arts zal vaak al een eerste diagnose hebben gesteld en verwijst u dan door naar ons voor verdere behandeling. Indien oogdruppels het probleem niet kunnen oplossen, gaan we soms over tot een corneatransplantatie. Dan wordt uw eigen cornea vervangen door een cornea van een overleden donor. Afhankelijk van het probleem met de cornea wordt het volledige venstertje vervangen (= penetrerende keratoplastie) of wordt enkel de zieke laag vervangen (= lamellaire keratoplastie).

 

 

Medische retina

 

Medische retina is de subspecialiteit die zich bezighoudt met de studie van netvliesziekten, zoals onder meer de diabetische retinopathie (netvliesaantasting door suikerziekte) en leeftijdsgebonden maculadegeneratie.

Om deze aandoeningen te bestuderen wordt naast het onderzoek van het netvlies met behulp van lenzen, vaak gebruikgemaakt van speciale beeldvormingstechnieken, om de structuur van het netvlies en zijn bloedvaten beter zichtbaar te maken. Daarbij worden foto’s genomen, al dan niet na inspuiting van een contraststof (angiografie). De twee types die gebruikt worden zijn de fluoresceïne- en de indocyaninegroen-angiografie. Welke techniek wordt gehanteerd, hangt af van de aandoening.

Bijkomende informatie wordt verkregen door middel van de Oculaire Coherentie Tomografie (OCT). De OCT is een recent geïntroduceerde techniek die toelaat om het netvlies zeer gedetailleerd in beeld te brengen. In de dagelijkse praktijk is die techniek inmiddels zeer waardevol gebleken. Op grond van metingen met de OCT kunnen vaak belangrijke beslissingen genomen worden over de behandeling van patiënten met netvliesaandoeningen.

Bij die nietvliesziekten die een therapie vereisen, wordt gebruikgemaakt van een laserbehandeling of inspuitingen van medicijnen in het oog. Een laserbehandeling houdt in dat met intens licht van één bepaalde golflengte een welbepaald deel van het netvlies of van de bloedvaten erin wordt gewijzigd. De inspuitingen van een medicijn in het oog gaan een essentiële groeifactor voor de vorming van nieuwe bloedvaten afremmen. Zo zal de lekkage van vocht in en onder het netvlies verdwijnen en de normale structuur van het netvlies herstellen. Er zijn verschillende lasers en verschillende medicijnen voor inspuitingen voorhanden. Waarvoor wordt gekozen, hangt opnieuw af van het doel dat men wil bereiken.

Voor andere aandoeningen van het netvlies is chirurgie noodzakelijk (zie chirurgische retina).

 

 

Glaucoom

 

Glaucoom is een verzamelnaam voor een aantal oogaandoeningen die allen kunnen leiden tot blindheid door het afsterven van de oogzenuw. Meestal is dat afsterven het gevolg van een verhoogde oogdruk en dus zal de behandeling voornamelijk gericht zijn op het verlagen van de oogdruk.

In veel gevallen is glaucoom een ziekte op zich. Dan spreken we van primair glaucoom. Is een verhoogde oogdruk het gevolg van een andere oogziekte, dan spreken we van een secundair glaucoom. Ten slotte kunnen afwijkingen in de structuur van het oog bij de geboorte aanleiding geven tot een verhoogde oogdruk bij zuigelingen of jonge kinderen. We spreken dan van aangeboren glaucoom.

 

De bedoeling van de glaucoomconsultatie is:

 

1. vast te stellen of de patiënt lijdt aan glaucoom, m.a.w. of er beschadiging is van de oogzenuw ten gevolge van glaucoom
2. de juiste oorzaak van het glaucoom te achterhalen

3. de gepaste behandeling in te stellen om verdere schade te voorkomen

4. te controleren of de ingestelde behandeling succesvol is op lange termijn

 

De behandeling van glaucoom varieert naargelang het type en de ernst. Bij de meeste patiënten kan de druk geregeld worden met behulp van oogdrukverlagende druppels. In sommige gevallen kan een laserbehandeling aangewezen zijn. Als de patiënt de druppels niet verdraagt, de druk er onvoldoende door daalt, of wanneer de patiënt het niet zo nauw neemt met zijn behandeling, kan de oogarts een noodzakelijke chirurgische ingreep voorstellen om de evolutie van het glaucoom af te remmen.

 

 

Oculoplastische en orbita

 

Dit deelgebied van de oogheelkunde omvat de behandeling van afwijkingen ter hoogte van de oogleden, traanwegen en oogkas.

Voorbeelden van ooglidpathologie die voor heelkundige correctie in aanmerking komen, zijn o.a. een afhangend ooglid, een naar binnen (=entropion) of naar buiten (=ectropion) kantelend ooglid, ooglidtumoren, esthetische correctie van huidteveel in boven- en/of onderoogleden (=blefaroplastie), …

Een tranend oog kan, naast andere oorzaken, ook het gevolg zijn van problemen ter hoogte van de traanwegafvoerkanaaltjes. Hierbij proberen we eerst de bestaande afvoerkanalen te verbeteren (via sondage of siliconeslangintubatie). Lukt dat niet, dan wordt er een nieuw kanaal chirurgisch aangemaakt (=dacryocystorhinostomie).

De oogkaschirurgie richt zich dan weer vooral op tumoren rond het oog en het corrigeren van te sterk naar voor staande ogen bij schildklierpathologie.

 

 

Kinderoogziekten (pediatrische oftalmologie)

 

Kinderoftalmologie houdt zich bezig met de visuele ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen die daarmee gepaard kunnen gaan. Gespecialiseerde testen kunnen reeds zeer vroeg een beeld geven van het zicht van een kind. Specifieke ziekten of zelfs de nood aan een bril kunnen bedreigend zijn voor de visuele ontwikkeling van een kind, waardoor vroegtijdige opsporing belangrijk is.

Oogartsen met een bijkomende opleiding in de kinderoogheelkunde onderzoeken kinderen tijdens daartoe ingerichte raadplegingen. Ze worden daarin ook bijgestaan door speciaal opgeleide medewerkers (orthoptisten).

De gespecialiseerde raadplegingen voor scheelzien (strabisme) leunen sterk aan bij de kinderoftalmologie. De artsen die deze raadplegingen doen, voeren zelf ook de eventuele chirurgische ingrepen uit om het scheelzien te verhelpen.

 

 

Uveïtis

 

Uveïtis is de gangbare benaming voor een ontsteking van de uvea. De uvea is een structuur van het oog die uit 2 delen bestaat: de voorste uvea of het regenboogvlies is het gekleurde deel van het oog (= de iris); de achterste uvea of vaatvlies is een structuur die in verbinding staat met het regenboogvlies, maar zich uitstrekt naar de achterpool van het oog, tussen het netvlies (= de retina) aan de binnenzijde en de harde oogrok (= de sclera) aan de buitenzijde. De uvea bestaat voornamelijk uit bloedvaten, vandaar de Nederlandse naam vaatvlies.

 

Een ontsteking van de voorste uvea is een iritis of regenboogvliesontsteking. Die uit zich als een rood, pijnlijk lichtgevoelig oog dat vaak minder goed ziet. Een ontsteking van het vaatvlies of een achterste uveïtis is meestal uitwendig niet te zien, maar leidt dikwijls tot een wazig zicht door zwelling van het netvlies, door vertroebeling van het glasvocht, of door ontstekingshaarden die ook het netvlies aantasten. Soms is de ontsteking gelokaliseerd op de overgang tussen het regenboogvlies en het vaatvlies: dan spreekt men over een intermediaire uveïtis. In zeldzame gevallen is zowel de voorste als de achterste uvea betrokken bij het ontstekingsproces: dat noemen we panuveïtis.

 

De oorzaak van uveïtis is meestal een overdreven reactie van het eigen afweersysteem (een auto-immuunproces). In een minderheid van de gevallen gaat het om een infectieus proces. Bij ongeveer 30% kan geen oorzaak worden gevonden. Tijdens de uveïtisconsultatie zal de oogarts proberen zo nauwgezet mogelijk het type uveïtis te bepalen en een gepaste behandeling voorschrijven. Meestal bestaat die uit ontstekingsremmende middelen in de vorm van druppels, locale injecties of algemene medicatie. Zowel voor de diagnose als de therapie van uveïtis is samenwerking met andere artsen (huisarts, internist, reumatoloog, …) noodzakelijk.

 

 

Chirurgische retina

 

Chirurgische retina is een subspecialiteit binnen de oogheelkunde die zich bezighoudt met heelkunde van het netvlies en glasvocht. Het netvlies of de retina is de lichtgevoelige film die de binnenwand van het oog bekleedt. Sommige ziektes van het netvlies vereisen een heelkundige ingreep. De meest uitgevoerde ingreep is een vitrectomie. Dat kan je het best vergelijken met een soort kijkoperatie. Kleine sneetjes worden gemaakt aan de voorzijde van het oog. Vervolgens wordt met behulp van fijne instrumenten het glasvocht (of het vitreum) verwijderd. Soms is dat voldoende om een patiënt zijn zicht terug te geven (bv. bij een glasvochtbloeding). Bij andere aandoeningen is het slechts het begin van de ingreep. Bijvoorbeeld, bij een netvliesloslating zal na het verwijderen van het glasvocht, het netvlies terug tegen de wand van het oog geplaatst worden en vervolgens vastgelaserd worden.

Al bij al is chirurgische retina een moeilijke discipline die zich voornamelijk toelegt op aandoeningen die zonder operatief ingrijpen tot blindheid leiden.

 

 

Visuele elektrofysiologie

 

Visuele elektrofysiologie is de studie van de elektrische functie van het oog en de optische banen in de hersenen. Er zijn verschillende technieken voorhanden die telkens een bepaald deel van het visuele systeem testen. Van deze subspecialiteit wordt gebruikgemaakt om een beter inzicht te verkrijgen in de oorzaak van een vermindering van het zicht.

De ganzfeld-elektroretinografie is een techniek waarmee de functie van het netvlies in zijn geheel wordt bestudeerd. De patroon-elektroretinografie test het centrale deel van het netvlies, de gele vlek of macula lutea (vaak kortweg macula genoemd). Visueel opgewekte potentialen testen het geheel van de visuele banen van het oog tot de visuele hersenschors achteraan het hoofd. Nog meer gespecialiseerde testen laten toe om nog dieper in te gaan op bepaalde delen van het visueel systeem.

Naast de elektrische functietesten kan ook meer ingegaan worden op de contrastgevoeligheid, het gezichtsveld, het kleurenzicht en de donkeradaptatie (aanpassingen aan het donker) met bijkomende functietesten.

 

 

Oftalmogenetica

 

De oftalmogenetica is de subspecialiteit binnen de oogziekten die zich bezighoudt met erfelijke oogziekten. Zo worden zowel erfelijke ziekten die zich beperken tot het oog als oogafwijkingen bij algemene erfelijke ziekten bestudeerd.

Heel vaak is voor een juiste diagnose een uitgebreid onderzoek noodzakelijk met onder andere functietesten (zie visuele elektrofysiologie).

Nadat een juiste diagnose is gesteld, wordt vaak erfelijkheidsonderzoek gedaan om de diagnose al dan niet te bevestigen en/of om prenataal onderzoek te kunnen uitvoeren waar nodig. Dat erfelijkheidsonderzoek wordt uitgevoerd op een bloedstaal die ter plaatse wordt afgenomen. Een gespecialiseerd laboratorium voor oftalmogenetica is in het UZ Gent voorhanden in het Centrum voor Medische Genetica.

Na de diagnose volgt een uitgebreid genetisch counselinggesprek door een oogarts met bijkomende opleiding in de medische genetica. Zo komen prognose van de ziekte en herhalingsrisico’s voor eventuele kinderen aan bod in een gesprek met één en dezelfde arts. De uitbouw van de oftalmogenetica in het UZ Gent is uniek in België.

 

Hoofd, Hals en Zenuwstelsel

Deze dienst bevindt zich in de sector Hoofd, Hals en Zenuwstelsel

Disclaimer ©2011 Universitair Ziekenhuis Gent, De Pintelaan 185, 9000 Gent - info@uzgent.be - 09 332 21 11 | Contact | Bereikbaarheid | Sitemap