Slideshow: in de kijker




Pijn meten

Ziet u als ouder of begeleider dat uw kind pijn heeft of geeft uw kind zelf aan dat het pijn heeft, laat dat de verpleegkundige zeker weten. U kent uw kind het best en de informatie die u geeft is dan ook belangrijk.

Om de pijn zoveel mogelijk te kunnen verlichten, moet de pijn regelmatig geregistreerd en geëvalueerd worden. De pijnscore die daaruit voortvloeit is de vijfde parameter. Die vormt de basis voor de verdere pijnbehandeling.

De pijn wordt gemeten aan de hand van gevalideerde pijnschalen. Welk meetinstrument daarvoor wordt gebruikt hangt af van de leeftijd en de mogelijkheden van uw kind.

Auto-evaluatie of zelfrapportering

De gouden standaard om pijn te meten is auto-evaluatie: uw kind geeft zelf aan hoeveel pijn het heeft. Auto-evaluatie geeft een goed beeld van de perceptie van uw kind. 
In het kinderziekenhuis gebruiken we daarvoor onderstaande kindvriendelijke schalen:

De gewijzigde 6 gezichtenschaal (FPS-R)

De 6 gezichtenschaal 

De gezichtenschaal is een schaal voor kinderen vanaf 4 jaar. Ze krijgen een kaart te zien met daarop zes gezichten. Het eerste gezicht heeft geen pijn en het laatste heel veel. U kan uw kind vragen om aan te duiden welk gezicht evenveel pijn heeft als hem of haar. Uw kind moet dan kiezen voor het gezicht dat overeenstemt met wat hij of zij werkelijk voelt, en niet met wat hij of zij aan de omgeving laat zien.

Elk gezicht komt overeen met een cijfer. Zo kan de hulpverlener de intensiteit van de pijn bepalen.
Doet u deze test bij uw kind, vermijd dan woorden zoals blij, bedroefd, verdrietig of bang.

De visueel analoge schaal (VAS)

Deze schaal wordt gebruikt om pijn te meten bij kinderen vanaf 6 jaar. Het kind duidt op de lijnschaal aan hoeveel pijn hij of zij ervaart.

Leg uw kind uit dat het latje niet wordt gebruikt om zijn of haar moed te testen, maar wel om de artsen en verpleegkundigen de kans te geven de beste behandeling op te starten. Laat ook toe dat het kind de hoogste score aanduidt.

De visueel analoge schaal 

Hetero-evaluatie met gedragsobservatieschalen

Kinderen jonger dan 4 jaar of kinderen met een neuromotorische beperking kunnen moeilijk zelf aangeven hoeveel pijn ze ervaren. Bij deze kinderen gebruiken we hetero-evaluatieschalen en observeren we het gedrag van uw kind om te zien of uw kind uitdrukking geeft aan pijn.

De totaalscore geeft aan hoe waarschijnlijk het is dat het kind pijn heeft. Het kind kan net zo goed geen pijn hebben. Het gedrag van het kind moet altijd in relatie worden gezien met de omgeving en de situatie waarin het kind zich bevindt. Vandaar dat de verpleegkundige ook zelf een bijkomende score zal geven aan de pijn.

In het kinderziekenhuis gebruiken we volgende gedragsobservatieschalen:

De Comfort-B pijnschaal

Uw kind wordt gedurende 2 minuten geobserveerd. Daarbij wordt gekeken naar:

  • alertheid
  • kalmte/agitatie
  • ademhalingsreactie/huilen
  • lichaamsbeweging, spier- en gelaatspanning
    Voor het scoren van de spierspanning zal een van de ledematen gemobiliseerd worden.

De Checklist Pijngedrag (CPG)

De checklist is een pijnobservatieschaal voor kinderen met ernstige neuromotorische beperkingen. De schaal is opgebouwd uit tien gedragsparameters. Zes van de tien ervan hebben betrekking op de mimiek. Lichaamsbewegingen of bewegingsonrust blijven buiten beschouwing.

CPG is geschikt voor postoperatieve pijn en (sub)acute pijn in de dagelijkse praktijk of bij verzorging. De pijnschaal wordt ook gebruikt om chronische pijn of veranderingen in pijnmedicatie te meten.

De Evendol-pijnschaal (Evaluation Enfant Douleur)

Deze pijnschaal wordt gebruikt om in het kader van spoedgevallen acute en aanhoudende pijn te meten.

CHEOPS-schaal

CHEOPS is een observatieschaal die de pijn meet gerelateerd aan procedures. Ze is gebaseerd op zes parameters.

Misverstanden over pijn en pijnbehandeling

Over pijn en de behandeling ervan leven heel wat misverstanden:

  • kinderen hebben minder pijn dan volwassenen
  • kleine kinderen vergeten pijn sneller
  • een kind dat stil in een hoekje zit, heeft geen pijn
  • door pijn te behandelen maskeer je de symptomen en dat staat een goede diagnosestelling in de weg
  • morfine werkt altijd verslavend
  • het is geen pijn maar eerder angst
  • pijn is vaak ingebeeld. Een placebo werkt ook
  • pijn hoort er nu eenmaal bij
  • autistische kinderen hebben een hogere pijngrens

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 11-2-2016 10:18.

Dienst contacteren >

09 332 05 62

Team >