Slideshow: in de kijker




Pijn bij een procedure of onderzoek

Als uw kind een onderzoek moet ondergaan of verzorgd moet worden kan het pijn en angst ervaren en worstelen met het onvoorspelbare of oncontroleerbare van wat komt. 

Dat kan het geval zijn bij medische/verpleegkundige procedures zoals
een bloedafname, het plaatsen van een infuus, verbandzorg, het plaatsen van een blaas- of maagsonde, aspiratie (het verwijderen of opvangen van materiaal door opzuiging), een beenmergpunctie, een lumbale punctie, …

Daarom is het heel belangrijk dat u uw kind goed voorbereid op en begeleidt tijdens een procedure. Hoe u dat het best doet, hangt af van de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van uw kind.

Raadpleeg de aanbevelingen volgens leeftijd en ontwikkelingsniveau.

  

Wat vertelt de zorgverlener?

De zorgverlener zal u en uw kind informeren over:

  • de reden en het doel van de ingreep of procedure
  • het verloop, tijdstip en duur van de ingreep of procedure
  • waar de ingreep of procedure zal plaatsvinden
  • met wie uw kind in contact zal komen
  • welke zintuigelijke ervaring uw kind zal hebben: wat zal hij of zij ruiken, voelen, zien, horen en smaken. Zo maakt een MR-toestel bijvoorbeeld veel lawaai en krijgen de kinderen een hoofdtelefoon op.
  • hanteringsvaardigheden: welke houding levert de minste pijn op, hoe kan uw kind zelf meewerken, hoe kan het zelf zijn of haar aandacht afleiden,…

Ouders mogen bij een onderzoek aanwezig zijn, tenzij de zorg erdoor wordt belemmerd of als er een medische of procedurele tegenindicatie voor is.

Wat kunt u zelf doen?

  • Bereid uw kind voor op de consultatie of ziekenhuisopname. Doe dat niet vlak voor het slapengaan.  
  • Houd rekening met de mogelijkheden en het karakter van uw kind om het tijdstip te bepalen waarop u met de voorbereiding start (enkele uren vooraf, de dag voordien, …).
  • Vraag uw kind wat het al weet en wat het graag nog wil weten. Schrijf onbeantwoorde vragen op, zodat u ze samen aan de zorgverlener kunt stellen.
  • Wees eerlijk. Zeg niet dat iets geen pijn zal doen, als dat wel zo is. Ga niet minimaliseren, noch dramatiseren
  • Ga na of uw kind de informatie heeft begrepen door het hem of haar aan u te laten vertellen.
  • Laat uw kind mee beslissen wat het zelf zou kunnen of willen doen (zelf tellen tot de prik komt, verband afhalen, …).
  • Geef uw kind het gevoel van controle door het inspraak te geven. Dat kan bijvoorbeeld bij het al dan niet kijken of tellen bij een prik, indien mogelijk de lichaamshouding,…
  • Zorg voor positieve bekrachtiging. Geef geen kritiek.
  • Schep realistische verwachtingen. Verwacht geen heldendaden.
  • Zorg voor een rustige en veilige omgeving.
  • Stel uw kind gerust door met hem of haar te praten en lichamelijk contact te houden: hand vasthouden, kriebelen, haren kammen, uw kind insmeren met lichaamsmelk, …
  • Laat uw kind iets meenemen van zichzelf: een knuffel, boekje, …
  • Neem de tijd om naar de gevoelens van uw kind te luisteren
  • Doe samen de ontspannings- en ademhalingsoefeningen
  • Lees of bekijk samen een (prenten)boek
  • Foto's bekijken van thuis, huisdieren, vriendjes of vriendinnetjes, vakantie, …
  • Gebruik humor
  • Troost uw kind

Raadpleeg de folder 'Je kind in het ziekenhuis – 10 tips voor ouders'

Hoe verlichten we pijn en angst?

Afhankelijk van de medische of verpleegkundige procedure kunnen we een aantal middelen gebruiken om angst en pijn te verlichten.

Verdovende zalf of pleister (Emla®)

Verdovende pleisterOm de pijn van een prik te verminderen kan u vooraf op voorschrift van de arts een verdovende zalf of pleister aanbrengen op de huid van uw kind. De zalf of pleister kan helpen bij: bloedafname, infuus, aanprikken van een poortkatheter of andere procedures waarbij de huid wordt gepenetreerd.
Omdat de zalf en pleister pas na minimaal een uur werken, zijn ze niet geschikt bij dringende prikken.
 

Verdovende gel (LAT-gel®)

De verdovende LAT-gel (lidocaïne 4%, adrenaline 0,1%, tetracaïne 0,5%) wordt gebruikt voor het reinigen of hechten van schaaf- en snijwonden en open wonden.

MEOPA (Kalinox®)

Om angst en pijn bij bepaalde procedures te verminderen, kan op voorschrift van de behandelende arts MEOPA (Kalinox®) toegediend worden. Dat is een gas dat voor de helft uit zuurstof en voor de helft uit lachgas bestaat.

MEOPA 

Het geurloze gas wordt vijf minuten voor de start van de procedure via een masker toegediend. Uw kind blijft bij bewustzijn en u of de verpleegkundige kunnen blijven praten met uw kind. De toediening stopt zodra de procedure beëindigd is. Het gas verliest dan haar uitwerking na ongeveer vijf minuten.  Uw kind wordt wel verder geobserveerd. Wanneer de parameters goed zijn, mag uw kind zijn of haar activiteiten hervatten, terug eten en drinken of eventueel de afdeling verlaten.

 

Orale suikeroplossingen

Bij baby's tot 3 maand oud is een positief effect merkbaar wanneer 2 minuten voor de start van de procedure een orale suikeroplossing (sucrose 24%) vooraan op de tong wordt gedruppeld, en ze dan op een fopspeen zuigen (of alternatief). De pijnstillende werking duurt 5 tot 10 minuten. Indien nodig kan de toediening herhaald worden.

De dosis is afhankelijk van het gewicht van uw kind. De flacon is voor eenmalig gebruik, wat overblijft gooit u weg.

Deze suikeroplossingen is enkel bedoeld om uw kind te kalmeren of te troosten bij een procedure of ingreep, en kan alleen gebruikt worden als uw kind een zuigreflex heeft.

  Smaken op de tong

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 11-2-2016 10:19.

Dienst contacteren >

09 332 05 62

Team >