Slideshow: in de kijker




​Hoe bereid ik mijn kind voor op de ingreep, het onderzoek en de anesthesie?

Ingreep/onderzoek

  • U hebt een hospitalisatieverzekering? Breng de verzekeringsmaatschappij dan vooraf op de hoogte.
  • Controleer vooraf de verzekeringstoestand van uw kind bij het ziekenfonds.
  • Vul vooraf de preoperatieve vragenlijst in en onderteken het toestemmingsformulier. Die twee documenten vindt u in de patiëntenmap.
  • Uw kind moet nuchter zijn. Dat betekent:
    • dat uw kind tot 6 uur voor het uur van de opname een licht ontbijt mag eten of melk mag drinken (inclusief flesvoeding)
    • dat uw kind tot 4 uur voor het uur van de opname borstvoeding mag krijgen
    • dat uw kind tot 2 uur voor het uur van de opname heldere vloeistoffen mag drinken, zoals water, koffie en thee zonder melk of suiker en koolzuurhoudende dranken (bv. cola)

Als uw kind tijdens de ingreep niet nuchter is, houdt dat ernstige gezondheidsrisico’s in (zoals een ernstige longontsteking). In dat geval moeten we de ingreep uitstellen of annuleren.

  • Uw kind neemt medicatie in? Vraag dan aan uw huisarts of behandelende arts/chirurg of hij of zij de medicatie mag blijven innemen. Als dat zo is, brengt u de gewone medicatie van uw kind mee naar het dagziekenhuis. Deze medicatie mag uw kind met een klein slokje water innemen.
  • Was uw kind volledig in de loop van de laatste 24 uur voor de ingreep. Dat is nodig om postoperatieve infecties te voorkomen.
  • Verwijder vooraf maquillage, nagellak en juwelen. Dat geldt ook voor piercings – zichtbaar of niet. Piercings kunnen tijdens de behandeling namelijk ernstige letsels veroorzaken, zoals scheuren of brandwonden.
  • Draagt uw kind contactlenzen of een tandprothese? Verwijder die dan voor de ingreep.
  • Organiseer vooraf opvang voor broertjes of zusjes. Kinderen jonger dan 12 jaar zijn niet toegelaten in het CDZ. Wanneer u geen opvang voor hen hebt, kunnen zij terecht in deLIEving, een speel- en leefruimte voor kinderen van 0 tot 14 jaar.

DeLIEving vindt u in het Kinderziekenhuis (ingang 10 (gebouw K12D), route 1006). Hij is open elke werkdag van 09.00u tot 19.00u, ook tijdens schoolvakanties. Graag vooraf inschrijven via tel. 09 332 33 78 of delieving@uzgent.be

Anesthesie of verdoving

Anesthesie betekent ‘ongevoeligheid’ voor pijn. Er worden verschillende vormen van anesthesie gebruikt, al of niet in combinatie met elkaar:

  • algemene anesthesie,
  • locoregionale anesthesie,
  • of zuiver lokale anesthesie.

Bij algemene anesthesie brengt men de hersenen ‘in slaap’. De patiënt is niet bij bewustzijn. De anesthesist waakt over de patiënt en blijft tijdens de hele operatie in de operatiezaal. De verdovingsproducten worden meestal gegeven via een infuus dat vooraf wordt ingebracht in een ader. Ondertussen ademt de patiënt zuivere zuurstof via een aangezichtsmasker. Op een monitor worden de essentiële functies van het lichaam de hele tijd gevolgd: hartritme, bloeddruk, zuurstofhoeveelheid in het bloed. Vaak wordt bij de slapende patiënt een buisje tussen of net boven de stembanden geplaatst om de ademhaling te ondersteunen.

Na de ingreep gaat de patiënt naar de ontwaakzaal. Daar blijft hij of zij tot het bewustzijn volledig is teruggekeerd en de pijn voldoende onder controle is.

Bij locoregionale anesthesie worden de zenuwen van een bepaald deel van het lichaam verdoofd. Zo maakt een ruggenprik de onderbuik en onderste ledematen ongevoelig. Voor bepaalde oogoperaties wordt alleen het oog verdoofd. De anesthesist kan ook één enkele zenuw verdoven, bijvoorbeeld bij operaties aan de voet, knie of hand.

Bij lokale verdoving wordt verdoving ingespoten ter hoogte van de operatiestreek. Meestal zorgt de chirurg daarvoor. Deze verdoving is te vergelijken met de plaatselijke verdoving bij de tandarts.

Vaak worden deze technieken gecombineerd om pijnstilling na de ingreep mogelijk te maken. Na overleg kiest de anesthesist de meest aangewezen techniek.

Sedatie is een veel lichtere vorm van algemene anesthesie. De veiligheidsvoorwaarden zijn echter dezelfde als voor een algemene anesthesie. Lokale of locoregionale anesthesie wordt vaak gecombineerd met sedatie.

Voorbereiding: de vragenlijst

De voorbereiding op de anesthesie en het eventuele preanesthetische onderzoek zijn belangrijk. Ze zijn nodig om de risico’s die aan elke ingreep verbonden zijn correct in te schatten.

In het document ‘Preoperatieve vragenlijst’ vindt u daarom enkele vragen. Wilt u die zo juist mogelijk beantwoorden? Wij verzoeken u de vragen die we u stellen juist te beantwoorden. Uw huisarts of behandelend arts of chirurg kunnen u zo nodig helpen. In de operatiezaal zullen de verpleegkundige en de anesthesist u nog enkele vragen stellen.

Nadelen en complicaties van anesthesie

Allergieën: tijdens de verdoving en de chirurgische ingreep komt de patiënt in contact met stoffen die vreemd zijn aan zijn lichaam. Sommige patiënten kunnen daar allergisch voor zijn, zonder het zelf te weten, en er al dan niet hevig op reageren. Deze reacties kunnen gaan van huiduitslag tot ernstige bloeddrukval en ademhalingsproblemen. Heeft uw kind bekende allergieën? Dan moet u de anesthesist daar zeker over informeren, vóór de ingreep.

Ook misselijkheid en braken kunnen optreden na een ingreep, afhankelijk van het type operatie, de chirurgische belasting enz. Geneesmiddelen kunnen die verwikkelingen voorkomen of verlichten.

Postoperatieve pijn: er bestaan verschillende technieken om die pijn te verminderen. Uw anesthesist zal u preventief medicatie geven vóór en tijdens de ingreep. Daarnaast krijgt uw kind ook pijnstillers voorgeschreven, samen met een innameschema, voor verdere behandeling thuis.

Hoofdpijn wordt veroorzaakt door de verdoving, de ingreep, stress enz. Een epidurale of spinale anesthesie kan wel eens hoofdpijn uitlokken. Die verdwijnt na enkele dagen. Soms is bijkomende behandeling door de anesthesist noodzakelijk.

Verwardheid of concentratiestoornissen: vooral oudere patiënten hebben soms last van verwardheid, geheugenverlies of concentratiestoornissen enige tijd na de ingreep. Meestal zijn die van voorbijgaande aard.

Last aan de ogen: tijdens de anesthesie proberen we de ogen zo veel mogelijk te beschermen. Er wordt oogzalf ingebracht om uitdroging te voorkomen. Dat verklaart waarom uw kind onmiddellijk na het ontwaken wazig kan zien. Soms doet zich toch een lichte beschadiging van het hoornvlies voor, met lichte pijn tot gevolg. In dat geval wordt de beschadiging in overleg met de oogarts behandeld.

Verlies van kracht of gevoel kan worden veroorzaakt door een zenuwbeschadiging – door een naald bij regionale anesthesie, door een bloeduitstorting of door druk op een zenuw tijdens een ingreep onder algemene anesthesie. De meeste zenuwbeschadigingen zijn tijdelijk en genezen vanzelf.

Beschadiging van tanden, lippen of tong en keelpijn: de patiënt kan de tanden, lippen of tong beschadigen door krachtig de mond dicht te knijpen tijdens het ontwaken uit de algemene verdoving. Ook kunnen de tanden worden beschadigd als de anesthesist last heeft om een buis in de luchtpijp in te brengen. Dat veroorzaakt soms lichte keelpijn onmiddellijk na de ingreep.

Andere milde nevenwerkingen zijn onder meer duizeligheid, dubbel zien, jeuk, spierpijn, blauwe plekken en moeilijk plassen.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 25-4-2016 14:09.

Dienst contacteren >

09 332 53 84

Locatie >

Ingang 56 (gebouw B2)

Route 560

Aanbevolen Info >