Slideshow: in de kijker




Toestellen en hulpmiddelen

De kinderen op onze afdeling zijn meestal verbonden met verschillende apparaten die elk hun eigen functie hebben. We bespreken hier enkele belangrijke toestellen en hulpmiddelen. Niet alle kinderen komen ermee in aanraking en uw kind kan ook ondersteund worden met een ander toestel of hulpmiddel.

Monitor

De monitor registreert volgende parameters:

  • Ademhalingsfrequentie: aan de hand van 3 of 5 elektroden op de borst en de buik
  • ECG: registreert het hartritme en de werking van het hart, aan de hand van 3 of 5 elektroden op de borst en de buik
  • Zuurstofsaturatie: meet het zuurstofgehalte in het bloed aan de hand van een knijper met een rood lichtje op een vinger of teen
  • Niet-invasieve bloeddruk: een bloeddrukmeter aan arm of been meet de bloeddruk

Welke parameters we monitoren, hangt af van de ziektetoestand van uw kind. Indien nodig meten we ook bijkomende parameters.

Beademingstoestel

Bij sommige kinderen moet de ademhaling ondersteund worden. Een beademingstoestel neemt de ademhaling dan over. Het toestel blaast een mengeling van lucht en zuurstof in de longen en regelt het ademhalingsritme.

beademingstoestelAls kunstmatige beademing nodig is, wordt uw kind onder algemene verdoving gebracht. De arts plaatst nadien een buisje (tube) in de luchtwegen. De tube staat in verbinding met het beademingsapparaat via twee lange buizen.

Voor het comfort van uw kind dienen we pijnstilling en verdoving toe. Uw kind ondervindt dan geen ongemak. Occasionele bewegingen kunnen voorkomen. U zult wel merken dat uw kind tijdens de kunstmatige beademing geen geluid voortbrengt, omdat het buisje tussen de stembanden is geplaatst.

De beademing wordt geleidelijk afgebouwd, volgens de gezondheidstoestand van uw kind. Ook de verdoving wordt langzaam afgebouwd (zie verder bij ontwenning na sedatie).

 

Zuurstoftherapie

Als beademing niet meer nodig is, wordt de tube verwijderd. Meestal hebben kinderen toch nog nood aan een lichtere vorm van ondersteuning. Dan kan zuurstof toegediend worden via een neusbril, masker of nasale CPAP.

Bij nasale CPAP wordt verwarmde, bevochtigde en zuurstofrijke lucht onder hoge druk in de neus geblazen. Daardoor zal het kind makkelijker kunnen ademhalen. Deze vorm van ondersteuning kan zonder verdoving, waardoor contact met uw kind mogelijk wordt.

Aspiratie

Een aspiratietoestel kan vergeleken worden met een stofzuiger. Met een fijn slangetje verwijderen we slijmen uit de tube, neus en mond.

Katheters

Perifeer infuus: een katheter in een klein bloedvat van een arm of been om medicatie en/of vocht toe te dienen.

Centraal infuus: een katheter in een groot bloedvat, vaak in de hals of de lies. Langs deze katheter met verschillende toegangslijnen, kunnen meerdere geneesmiddelen tegelijk worden toegediend.

Arterieel katheter: een fijn buisje in een slagader dat toelaat om continu de bloeddruk te meten en bloedafnames te doen. Dat geeft ons meer informatie over de toestand van uw kind.

Pompen

Met de pompen kan medicatie zeer precies worden toegediend.

Maagsonde

Als gevolg van zijn of haar ziektetoestand kan uw kind niet eten. Daarom wordt via de neus een sonde tot in de maag geplaatst. Zo worden maagsappen en lucht uit de maag verwijderd. Als de toestand van uw kind verbetert, kan langs de sonde ook voeding en medicatie worden toegediend.

Blaassonde

Door de verdoving kan uw kind niet spontaan plassen. Daarom wordt een sonde in de blaas gebracht die wordt aangesloten op een urinecollector. Zo kunnen we ook nauwkeurig afmeten hoeveel uw kind heeft geplast. Dat is belangrijke informatie voor de behandelende arts.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 11-2-2016 10:16.

Dienst contacteren >

09 332 35 16

Locatie >

Ingang 10 (gebouw K12D)

Route 1010

Team >

Aanbevolen Info >