Slideshow: in de kijker


​Veelgestelde vragen

Op deze pagina vindt u een antwoord op veelgestelde vragen over nucleaire onderzoeken en behandelingen. Heeft u een vraag die niet in de lijst staat, neem dan gerust contact op met de dienst Nucleaire geneeskunde.

Is de radioactieve stof gevaarlijk voor mij en de mensen uit mijn omgeving?

De hoeveelheid radioactieve stof die u bij een nucleair onderzoek toegediend krijgt, is zeer laag. De straling is vergelijkbaar met die bij een röntgenonderzoek en is dus niet gevaarlijk voor u en de mensen uit uw omgeving. Er treden ook nauwelijks allergische reacties op.  Als u de stralingsbelasting voor de mensen uit uw omgeving tot het absolute minimum wil beperken, kan u wel enkele tips volgen.

Bij nucleaire behandelingen van o.a. de schildklier wordt een hogere dosis radioactiviteit toegediend. U krijgt na de behandeling specifieke richtlijnen mee om de straling voor de mensen in uw omgeving te beperken. 

Is een nucleair onderzoek gevaarlijk als ik zwanger ben?

Het is niet aangewezen om een nucleair onderzoek te ondergaan als u zwanger bent. Meld een zwangerschap altijd aan uw verwijzende arts. Hij of zij kan het onderzoek uitstellen tot na de geboorte of een alternatief onderzoek voorstellen.

Heeft u al een afspraak op de dienst Nucleaire geneeskunde en bent u (mogelijk) zwanger, meld dit dan voor de start van het onderzoek. We zoeken dan een alternatief, in overleg met uw verwijzende arts.

Mag ik tijdens of na het onderzoek borstvoeding geven?

Sommige radioactieve stoffen kunnen in de moedermelk terecht komen. Daarom mag u geen borstvoeding geven tot enkele uren of dagen na het onderzoek. Contacteer onze dienst om precieze afspraken te maken.

Mag er iemand bij mij blijven tijdens het onderzoek?

Bij de meeste onderzoeken mag u zich laten vergezellen. Soms mogen andere mensen niet mee binnen in de onderzoeksruimte omdat er röntgenstralen vrijkomen. Vraag altijd aan een medewerker van de dienst Nucleaire geneeskunde of iemand bij u mag blijven tijdens het onderzoek.  

Hoe wordt de radioactieve stof toegediend?

Bij de meeste onderzoeken wordt de radioactieve stof toegediend via een injectie in een bloedvat in de arm.
Bij een maagontledigingsonderzoek moet u voor het onderzoek een omelet eten waarin de radioactieve stof verwerkt zit.
Soms zit de radioactieve stof in een capsule die u moet inslikken.   

Moet ik me uitkleden voor het onderzoek?

Tijdens de scan mag u uw kleren aanhouden. Kledij die metalen voorwerpen bevat, moet u soms wel uittrekken. Sieraden en waardevolle voorwerpen laat u beter thuis.

Wat moet ik doen als ik mijn afspraak niet kan nakomen?

Geef ons tijdig een seintje (indien mogelijk twee dagen voor de afspraak) op tel. 09 332 30 28 als u uw afspraak niet kan nakomen. Zo kan een andere patiënt uw plaats innemen.

Moet ik voor het onderzoek specifieke richtlijnen volgen?

Voor sommige onderzoeken gelden specifieke voorbereidende richtlijnen. Uw verwijzende arts zal u hier meer over vertellen. Ook in de informatiebrochure over het onderzoek leest u hoe u zich op het onderzoek moet voorbereiden.

Waarom moet ik wachten tussen de injectie met de radioactieve stof en de scan?

Voor sommige onderzoeken moet u een tijdje wachten tussen de toediening van de radioactieve stof en de scan. In die wachttijd verdeelt de radioactieve stof zich in uw lichaam en concentreert zich in het orgaan dat onderzocht moet worden. De tijd tussen de toediening en de scan kan variëren van 5 minuten tot enkele dagen. Bij een langere wachttijd mag u de dienst Nucleaire geneeskunde of zelfs het ziekenhuis verlaten.

Mag ik na het onderzoek het ziekenhuis verlaten?

Als u niet bent opgenomen voor andere onderzoeken, mag u het ziekenhuis verlaten na het onderzoek.

Kan ik zelf met de auto rijden na het onderzoek?

Ja, dat is geen probleem.

Zijn er richtlijnen die ik moet volgen na het onderzoek of de behandeling?

Bij nucleaire onderzoeken krijgt u maar een heel kleine hoeveelheid radioactieve stof toegediend. U moet na het onderzoek dus geen specifieke voorzorgsmaatregelen nemen om de mensen uit uw  omgeving tegen deze straling te beschermen. Uiteraard kan u er zelf voor kiezen om enkele maatregelen te nemen die de stralingsbelasting voor de mensen uit uw omgeving tot het absolute minimum beperken. U krijgt hierover richtlijnen mee tijdens het onderzoek.

Bij nucleaire behandelingen van o.a. de schildklier wordt een hogere dosis radioactiviteit toegediend. U krijgt na de behandeling specifieke richtlijnen mee om de straling voor de mensen in uw omgeving te beperken.

Wanneer zijn de resultaten van het onderzoek beschikbaar?

De arts van de dienst Nucleaire geneeskunde bekijkt de beelden de dag van het onderzoek of ten laatste de dag nadien. De bevindingen worden naar uw behandelende arts gestuurd. Hij of zij zal de resultaten met u bespreken.

Wat is het verschil tussen nucleaire geneeskunde en radiotherapie?

Zowel nucleair geneeskundige behandelingen als radiotherapie of bestralingstherapie worden ingezet om specifieke cellen in het lichaam te doden. Bij nucleaire geneeskundige behandelingen worden de radioactieve stoffen ingespoten of ingenomen. Ze bewegen dan via het bloed naar bepaalde organen die inwendig bestraald worden.

Bij radiotherapie worden cellen bestraald met toestellen (externe radiotherapie) of met radioactieve staafjes of korrels die bij de patiënt worden ingeplant. Die staafjes of korrels kunnen niet vrij in het lichaam bewegen.

Nucleaire geneeskunde en radiotherapie zijn wel nauw met elkaar verwant.

Wat is het verschil tussen nucleaire geneeskunde en radiologie?

Bij nucleair geneeskundige onderzoeken krijgen patiënten radioactieve stoffen toegediend. Die stoffen volgen een weg door het lichaam en stapelen op bepaalde plaatsen op. Met een uitwendige scanner of gammacamera wordt de verspreiding van de radioactieve stof in het lichaam of in een bepaald orgaan nagegaan. De beelden geven informatie over de werking van de onderzochte organen of lichaamsdelen.

Bij radiologische onderzoeken worden technieken gebruikt met (radiografie of RX, CT) of zonder ioniserende straling (echografie, MRI). Bij een RX of CT-scan gaat de straling door de scanner van buitenaf door het lichaam. Nucleaire geneeskundige beelden (isotopenscans) laten de functie van organen of lichaamsdelen zien, radiologische beelden eerder de anatomie.

Tegenwoordig worden nucleair geneeskundige en radiologische beelden vaak gecombineerd tot één beeld. We spreken dan van hybride beeldvorming.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 8-2-2017 15:27.

Locatie >

Ingang 20