Slideshow: in de kijker


Het project Gerodent van het UZ Gent trekt sinds 2010 naar woonzorgcentra en verleent er curatieve en preventieve mondzorg.

Lees meer


De Warmste Week nadert. Dat merkt u onder meer aan de verschillende acties die in het UZ Gent lopen.

Lees meer


Het UZ Gent is vlot bereikbaar. Op de campus maakt een routesysteem u wegwijs.

Lees meer

​​Veelgestelde vragen

Wat is intensieve zorg?  

Intensieve Zorg is een multidisciplinaire afdeling waar patiënten worden opgenomen met een acuut levensbedreigende aandoening of wanneer ze een belangrijke ingreep ondergingen. Intensieve zorg wordt vandaag in hooggespecialiseerde centra verstrekt. De patiënten die er zijn opgenomen worden verzorgd door een team zorgverstrekkers gespecialiseerd in intensieve zorg (o.a artsen, verpleegkundigen, kinesisten, …). De afdelingen zijn uitgerust met hoogtechnologische apparatuur.

Patiënten komen zelden rechtstreeks terecht op een afdeling Intensieve zorg. Meestal komen ze van andere afdelingen, zoals spoedgevallen of het operatiecomplex, waar de ernstig zieke patiënt de eerste zorgen toegediend kreeg en eventueel eerst gestabiliseerd werd.

Wat is het verschil tussen intensieve zorg en spoedgevallenzorg?

Op de dienst Spoedgevallen worden zowel kleine aandoeningen (zoals een gebroken voet of arm) als ernstige aandoeningen (hartstilstand, schotwonden, enzovoort) behandeld. De patiënten met een ernstige aandoening worden er zo goed mogelijk gestabiliseerd om ze nadien over te brengen naar de afdeling Intensieve zorg. Daar worden enkel zwaar zieke patiënten behandeld met eventueel levensbedreigende aandoeningen.

Wat doet een intensivist?

Een intensivist is een erkend specialist (internist, anesthesist, chirurg of kinderarts) met bijkomende specialisatie in de intensieve zorg. Hij of zij behandelt patiënten op een afdeling intensieve zorg, en werkt voor daarvoor nauw samen met andere artsen en gezondheidsmedewerkers.

Welke rol speelt de huisarts voor zijn patiënt op IZ?

De huisarts is een belangrijke schakel tussen het IZ-team en de patiënt en zijn of haar familie. De huisarts kent de voorgeschiedenis van de patiënt, is vaak een vertrouwenspersoon van patiënt en familie en weet dikwijls welke waarden en normen, houding en behandelingsvoorkeuren de patiënt heeft. De afdelingen Intensieve Zorg werkt dan ook vaak samen met de huisarts, o.a. om bijkomende informatie over de patiënt in te winnen, zoals bv. over de voorafgaande gezondheidstoestand van de patiënt, mogelijke allergieën, medicatiegebruik, …

Welke aandoeningen vereisen gewoonlijk intensieve zorg?

Er zijn tal van redenen waarom een patiënt intensieve verzorging nodig kan hebben. Hieronder een kort overzicht van de aandoeningen die intensieve zorg vereisen of die de patiënt kan ontwikkelen tijdens een verblijf op een afdeling intensieve zorg. Vraag gerust bijkomende informatie aan de behandelende arts of de verpleegkundige.

Shock

Organen in shock krijgen onvoldoende zuurstof en bloedtoevoer om normaal te kunnen functioneren. Shock kan verschillende oorzaken hebben. De vier meest voorkomende oorzaken en hun behandelingen zijn:

  • Hypovolemische shock: bij ernstige uitdroging (dehydratatie) of grote hoeveelheden bloedverlies. De behandeling bestaat uit het geven van (intraveneus) vocht of bloedtransfusies.
  • Cardiogene shock of hartfalen: door een falende hartwerking. De behandeling bestaat uit het toedienen van medicatie of andere vormen van ondersteuning om de hartfunctie te verbeteren.
  • Obstructieve shock: wordt veroorzaakt doordat een bloedklonter vrijkomt ter hoogte van de onderste ledematen (thromboflebitis) die via de circulatie in de grote longvaten terechtkomt (embolie). Dit wordt behandeld door bloedverdunners toe te dienen om het bloed te ontstollen.
  • Septische shock of ernstige infectie die zich uit in orgaanfalen: is de meest voorkomende vorm van shock. Die wordt veroorzaakt door bacteriële afbraakproducten die in de bloedbaan terechtkomen. De toxische stoffen doen o.a de bloeddruk dalen en veroorzaken klontervorming in het lichaam waardoor de zuurstofvoorziening van de organen in het gedrang komt. De behandeling bestaat uit het geven van (intraveneus) vocht, bloeddrukverhogende medicatie, producten tegen klontervorming en antibiotica om de infectie te bestrijden.

Acute respiratoire insufficiëntie

De belangrijkste functie van de longen is zuurstof opnemen uit de atmosfeer en CO2 of koolstofdioxide verwijderen uit het bloed. De ingeademde zuurstof bindt zich op de rode bloedcellichaampjes. Die worden door het hart naar alle delen van ons lichaam gepompt om onze organen van zuurstof te voorzien.

Bij acute respiratoire insufficiëntie is de gasuitwisseling door de longen acuut verstoord. Vaak is dat een reden voor opname op een afdeling intensieve zorg. De meest voorkomende oorzaken van acuut respiratoir falen zijn longontsteking, longoedeem - al dan niet veroorzaakt door hartfalen - en chronisch obstructief longlijden (COPD). De meest ernstige vorm van acuut respiratoir falen is ARDS (Acute Respiratory Distress Syndrome). Dat syndroom kan ontstaan door een ontsteking of infectie in ons lichaam of bv. na een verkeersongeval of een bloeding in de schedel.

Bij partiële respiratoire insufficiëntie is enkel de zuurstofuitwisseling verstoord; bij globale respiratoire insufficiëntie zijn zowel de zuurstof als de CO2-uitwisseling verstoord.

De behandeling van acute respiratoire insufficiëntie hangt af van de ernst van het falen. Bij milde vormen moet enkel zuurstof toegediend worden en krijgt de patiënt ademhalingsoefeningen en kinesitherapie. In het geval van ernstig falen moet de arts overgaan tot mechanische ventilatie. Dat kan op niet-invasieve of invasieve wijze. 
Bij niet-invasieve ventilatie krijgt de patiënt zuurstof onder druk toegediend via een strak zittend masker. Dat heeft als voordeel dat de patiënt niet in een kunstmatige slaap moet gebracht worden. Deze vorm van ventilatie kan echter alleen worden toegediend bij stabiele patiënten die nog goed kunnen meewerken en van wie het acuut respiratoir falen een snel voorbijgaande oorzaak heeft, zoals bv. longoedeem door hartfalen of een COPD-opstoot.
Bij ernstige gevallen van respiratoire insufficiëntie zal de arts doorgaans invasieve mechanische ventilatie moeten opstarten. Daarbij wordt de patiënt via een endotracheale tube (tube die in de luchtpijp geplaatst wordt) beademend. Gedurende de mechanische ventilatie wordt de patiënt in een kunstmatige slaap gehouden. Van zodra de gasuitwisseling goed genoeg is, wordt de patiënt uit de kunstmatige slaap gehaald en wordt de mechanische ventilatie afgebouwd. Dat proces heet 'weaning'.

Chronische respiratoire insufficiëntie

Patiënten die langdurig opgenomen werden op een afdeling Intensieve Zorg krijgen vaak te kampen met chronische respiratoire insufficiëntie. Die is te wijten aan de doorgaans ernstige spierverzwakking en zenuwontsteking (critical illness polyneuropathie) die ontstaat bij kritieke patiënten en aan een ontregeld ademhalingscentrum. Patiënten hebben dan de kracht niet meer om zelfstandig te ademen, Als een patiënt langdurig moet beademd worden kan het nodig zijn om de endotracheale tube uit de mond of neus te verwijderen en een opening in de hals (tracheostomie) te maken. Dat moet het comfort van de patiënt verbeteren en de ademhaling ondersteunen voor zolang dat nodig is.

Infecties
Infecties zijn vaak de oorzaak van opname op Intensieve zorg, maar ze kunnen ook ontstaan gedurende het verblijf op de afdeling. In dat geval spreken we van nosocomiale infecties of ziekenhuisinfecties. Hoe ze ontstaan en waarom de ene patiënt ze oploopt en de andere niet blijft onduidelijk. Wel staat vast dat bepaalde factoren een belangrijke rol spelen in het ontstaan van zo'n infectie: algemene verzwakking van de patiënt, onderliggend chronisch lijden, het wegvallen van de natuurlijke barrières doordat een endotrachealtube, centrale veneuze catheters of een blaascatheter geplaatst werd, de overdracht van patiënt tot patiënt via zorgverleners, ... 

Hoewel een goede handhygiëne het aantal ziekenhuisinfecties slechts met 20 tot 30% kan terugdringen, wordt er op de afdelingen Intensieve Zorg erg veel aandacht aan besteed. Zorgverleners ontsmetten consequent de handen met alcohol en dragen handschoenen bij risicopatiënten. Soms worden patiënten met bepaalde ziekenhuiskiemen zoals MRSA (Methicillen-resistente Staphylococcus aureus) ook geïsoleerd.

De meest voorkomende infectie bij een patiënt aan een beademingstoestel is een pneumonie of infectie van de long. Er kan ook een infectie van het bloed (bloedstroominfectie) optreden. Die kan o.a. veroorzaakt worden door de catheters waarmee de patiënt medicatie toegediend krijgt. In dat geval spreken we van cathetersepsis. Ook urineweginfecties komen geregeld voor bij IZ-patiënten.

De overgrote meerderheid van de ziekenhuisinfecties kunnen behandeld worden met antibiotica. Indien een catheter de ingangspoort is van de infectie wordt die tijdelijk verwijderd of herplaatst.

Sepsis en ernstige sepsis
De ontstekingsreactie ten gevolge van een infectie noemen we sepsis. Ernstige sepsis treedt op als de ontstekingsreactie belangrijke delen van het lichaam aantast (bv. nieren, lever, longen, …) en de patiënt ernstig ziek maakt (nierfalen, leverfalen, respiratoir falen, ...). Vaak gaat een dergelijke reactie gepaard met capillaire lek. De kleine haarfijne bloedvaten (de capillairen) laten dan vocht vanuit de bloedbaan door waardoor enerzijds vochtopstapeling ontstaan met oedeemvorming ter hoogte van bv. de onderste ledematen en anderzijds de perfusie van de vitale organen in het gedrang komt door onvoldoende vocht in de bloedsomloop (intravasculaire ondervulling). Daarnaast veroorzaakt deze ontstekingsreactie veralgemeende klontervorming ter hoogte van het lichaam wat de doorbloeding van de organen verder in het gedrang brengt.
De behandeling bestaat uit agressieve vulling, antibiotica, interventies om de bron van de infectie te controleren zoals bv. chirurgie om een abces te draineren en soms het toedienen van een een specifieke bloedverdunner. Ondanks die maatregelen leidt ernstige sepsis vaak tot het falen van verschillende vitale organen waardoor de vitale functies toch ondersteund moeten worden (bv. nierdialyse bij nierinsufficiëntie, beademing bij respiratoire insufficiëntie,…). Dat wordt het multipel orgaan dysfunctie-syndroom (MODS) genoemd. Als er medicamenteuze bloeddrukondersteuning nodig is door middel van specifieke medicatie spreekt men van septische shock.

Acute nierinsufficiëntie
De nieren filteren vocht en afvalstoffen (toxines) uit het lichaam. Gebeurt dat niet efficiënt, dan stapelen vocht en toxines zich op in ons lichaam en spreken we van nierinsufficiëntie. Toxines hebben een nefaste invloed op het functioneren van verschillende organen in ons lichaam. Nierinsufficiëntie is een veel voorkomende aandoening op een intensieve zorg-afdeling, en is tevens een mogelijke reden voor opname op IZ.

Nierfalen kan mild tot zeer ernstig zijn. Bij ernstig nierfalen kan dialyse noodzakelijk zijn. Daarbij wordt de nierfunctie overgenomen door een kunstnier om zo de toxines en het vocht uit het lichaam te verwijderen. Dialyse zorgt niet voor een herstel van de nieren maar voorkomt een vergiftiging van het lichaam. Bij meer dan 90% van de patiënten met acute nierinsufficiëntie herstelt de nierfunctie zich. Dat is zeker het geval wanneer de nierfunctie voor de opname of ziekte goed was. Bij patiënten van wie de nierfunctie al was aangetast door bv. diabetes zijn de kansen op herstel kleiner. De nieren herstellen over het algemeen langzaam. Meestal duurt het een aantal weken, maar het kan net zo goed maanden duren vooraleer de patiënt volledig dialysevrij kan leven.

Neurologische aandoeningen
Er zijn heel wat neurologische aandoeningen die een opname op Intensieve zorg vragen: hersentrauma, bacteriële meningitis, uitgebreid herseninfarct of bloeding en epilepsie. Die kunnen al dan niet gepaard gaan met een indaling van het bewustzijn of coma. Bij ernstig ingedaald bewustzijn moet de patiënt mechanisch beademd worden. Eens de patiënt kunstmatig in slaap is gebracht kan nog maar moeilijk het onderscheid gemaakt worden tussen het kunstmatig coma en het coma veroorzaakt door de onderliggende neurologische aandoening.

Reversibele neurologische aandoeningen komen vaak voor bij kritiek zieke patiënten. De patiënt kan dan slaperig, gedesoriënteerd, geagiteerd of bang zijn. Vooral oudere patiënten zijn gevoelig voor neurologische stoornissen. De omgevingsverandering of slaapproblemen liggen vaak aan de basis van dergelijke stoornissen. Sommige patiënten hebben medicatie nodig of moeten gefixeerd worden om te voorkomen dat ze zichzelf zouden kwetsen.

Bloeding en klontervorming
Maagzweren (stressulcera) met maagbloedingen komen geregeld voor bij ernstig zieke patiënten, ondanks dat ze er preventief medicatie voor toegediend krijgen. De bloeding stopt doorgaans vanzelf. Bij ernstige bloedingen kan evenwel een bloedtransfusie nodig zijn. Met een maagonderzoek (gastroscopie) wordt de ernst van de bloeding ingeschat en kan eventueel een lokale behandeling worden uitgevoerd.
Ernstig zieke patiënten ontwikkelen ook snel klonters ter hoogte van de aders in de onderste ledematen. Gebeurt dat boven de knie, dan kunnen de klonters loskomen en een longembolie veroorzaken. Patiënten krijgen er preventief medicatie voor toegediend.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 26-7-2017 16:52.

Locatie >

Team >

Aanbevolen Info >