Slideshow: in de kijker





Tumoren van de bovenste luchtwegen

De kwaadaardige tumoren van de bovenste luchtwegen omvatten een groep aandoeningen. Op zichzelf komt elke aandoening weinig voor, maar als groep staan ze bij de man toch op de vierde plaats van meest voorkomende kankers. Bij de vrouw valt deze groep tumoren buiten de top 10.

Volgens de laatste beschikbare gegevens bij het Belgisch Kankerregister van 2012 werden in dat jaar 2624 nieuwe patiënten met een kwaadaardige tumor van de bovenste luchtweg gediagnosticeerd (1937 mannen en 687 vrouwen).

De tumoren van het slijmvlies van de mondholte, de keelholte (oropharynx), het strottenhoofd (larynx) en de overgang van keel naar slokdarm (hypopharynx) zijn goed voor ongeveer 90 procent van het totaal. De overige tumoren die uitgaan van het slijmvlies van de bovenste luchtweg vinden we in de neusholte, de paranasale sinussen en de speekselklieren. Het meest treffen we deze tumoren aan bij patiënten tussen 50 en 70 jaar oud.

Risicofactoren

Risicofactoren voor het krijgen van een tumor in de bovenste luchtweg zijn ontegensprekelijk roken en overmatig alcoholgebruik.

Voor tumoren van de keelholte wordt ook een rol toegekend aan het humaan papillomavirus of HPV. Vooral HPV type 16 en 18 zijn verantwoordelijk voor deze aandoening bij veeleer jongere patiënten (jonger dan 50 jaar) die anders geen opvallend risicogedrag vertonen. Dezelfde virussen zijn bij de vrouw verantwoordelijk voor tumoren van de baarmoederhals. Verandering van seksuele gewoontes – met meer orale seks – speelt hier waarschijnlijk een rol.

Symptomen en klachten

De symptomen van een tumor van de bovenste luchtweg lijken in het begin zeer onschuldig. Vaak wordt gedacht aan een banale virale of bacteriële infectie.

Klachten zijn: pijnlijke of gevoelige tong, gezwollen gevoel onder de tong, een niet-genezend zweertje in de mond, keelpijn, slikpijn of moeite met doorslikken, heesheid, zwelling in de hals of eenzijdige neusverstopping, al dan niet met bloedverlies. Als die klachten langer dan drie weken aanhouden en niet reageren op klassieke behandeling is een specialistisch onderzoek nodig. Dat is zeker zo bij patiënten die risicogedrag vertonen.

Diagnose

De diagnose gebeurt door klinisch onderzoek, met een keelspiegel of soepele kijkslang. Daarnaast wordt een weefselstukje van de verdachte slijmvliezen weggenomen. Dat gebeurt tijdens een kijkonderzoek onder narcose, meestal in dagkliniek. Aanvullend is ook nog medische beeldvorming nodig.

Behandeling

De aanpak en behandeling van tumoren van de bovenste luchtwegen gebeurt in multidisciplinair overleg. Daarbij zijn naast de hoofd-halschirurgen ook collega-artsen van de diensten Radiotherapie, Medische oncologie, Medische beeldvorming en Pathologie (weefselonderzoek) betrokken. Op een wekelijkse vergadering – vrijdag om 9 uur – wordt elk individueel patiëntendossier besproken en wordt een gerichte behandeling uitgewerkt.

Deze behandelingen staan in het handboek van het Oncologisch centrum, waar voor elke specifieke tumor de aanbevolen aanpak beschreven wordt. Verschillende behandelingen – of combinaties ervan – zijn mogelijk: heelkunde (al dan niet met herstel van verwijderde weefsels), radiotherapie (of bestraling) en chemotherapie (intraveneuze medicatie).

Omkadering

Diagnose en behandeling hebben een grote impact op de patiënt. Daarom zorgt een paramedisch team voor omkadering. Het bestaat uit verpleegkundig consulenten, een diëtiste, een sociaal verpleegkundige en een psychologe. Zij staan ter beschikking van de patiënt en zijn naaste omgeving, zowel tijdens de behandeling als nadien tijdens de opvolging.

Omdat het stoppen van risicogedrag – roken en alcohol – niet altijd eenvoudig is, wordt samengewerkt met specifieke consulenten die de patiënt tijdens dat moeilijke proces begeleiden.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 11-2-2016 10:12.

Locatie >

Team >