Slideshow: in de kijker





​Traumatologie

Verkeersongevallen en geweldsdelicten vormen de belangrijkste oorzaak van botbreuken in het aangezicht. Andere oorzaken zijn werk- , sport- en vrijetijdsongevallen. maxillofaciale fracturen

De breuk kan variëren van een barst tot één of meer fracturen in het gelaat tot zelfs een verbrijzeling. Aangezichtsfracturen kunnen samengaan met tandletsels – tandbreuk, loszittende of uitgevallen elementen – of met verwondingen van de huid of slijmvliezen.

De mond-, kaak- en aangezichtschirurg herstelt de volgende breuken:

  • onderkaak (mandibula)
  • bovenkaak (maxilla)
  • jukbeen (boog - os zygoma)
  • oogkas (orbita)
  • voorhoofdbijholte (sinus frontalis)
  • neusfractuur (os nasale)

Symptomen

Een patiënt met een aangezichtsfractuur kan verschillende klachten en symptomen hebben. Bij een fractuur van boven- en/of onderkaak ervaart hij of zij een gestoorde tandstand. Dat kan gepaard gaan met snijwonden in het aangezicht, zwellingen van de weke delen, moeilijkheden om de mond te openen en eventueel een gevoelloze lip. Bij een kaakfractuur kunnen er ook tandelementen loszitten of uitgevallen zijn.

Fracturen van het middengezicht kunnen het gezichtsvermogen verstoren en de oogbewegingen beperken. Initieel treedt er meestal een zwelling op ter hoogte van de fractuur. Zodra de zwelling afneemt, kan het gelaat er asymmetrisch uitzien.

Diagnose

De diagnose kaakfractuur wordt gesteld op basis van de beschrijving van de manier waarop de fractuur is ontstaan, de verschijnselen en het klinisch lichamelijk onderzoek. Om de diagnose te bevestigen, worden bijkomende radiologische opnames gemaakt: CT-scan, cone beam CT-scan (CBCT), orthopantomogram (OPG).

De chirurg zal in overleg en afhankelijk van de verplaatsing van de fracturen samen met de patiënt beoordelen welke fracturen al dan niet operatief behandeld moeten worden.

Behandeling

De meeste behandelingen van een aangezichtsfractuur vinden plaats onder algemene verdoving.

Het doel van de behandeling is dat het bot in de juiste stand weer vastgroeit. Bij fracturen van de boven- en/of onderkaak wordt vooral geprobeerd om de oorspronkelijke beet (de occlusie) te herstellen. Zodra de correcte occlusie is verkregen, wordt die tijdens de ingreep gefixeerd. Dat noemen we een intermaxillaire fixatie. Voor die fixatie gebruiken we schroeven of spalken, afhankelijk van het type fractuur.

 


fixatie op spalken

fixatie op schroeven
Intermaxillaire fixatie op spalken​Intermaxillaire fixatie op schroeven


Een fractuur in de boven- en/of onderkaak wordt meestal via de mond geopereerd. De ingreep laat geen uitwendige littekens achter.

Indien het onmogelijk is om de fractuur via de mond te benaderen en er een uitwendige incisie noodzakelijk is, wordt u dat voor de ingreep verteld. Zo'n uitwendige benadering is bijvoorbeeld nodig voor fracturen van de kaakkop. Daarvoor is een incisie noodzakelijk voor het oor. Die incisie wordt ook gebruikt voor een facelift en laat na de ingreep nauwelijks een zichtbaar litteken achter.

​Chirurgie via mondfractuurchirurgie via mond​Chirurgie via uitwendige incisielitteken uitwendige incisie

natuurlijke huidplooien
Bij fracturen van het middengezicht – jukbeen, orbita, neus, sinus frontalis – waar de onder- of bovenkaak niet bij betrokken is, is geen intermaxillaire fixatie nodig. De meeste van deze fracturen kunnen alleen via een uitwendige incisie worden benaderd. Deze incisies worden verborgen in de natuurlijke huidplooien en laten na de ingreep nauwelijks een zichtbaar litteken achter.(zie foto onder).


Figuur: verloop van natuurlijke huidplooien

 

Osteosynthese

Zodra de fractuur gecorrigeerd is, moet ze in de meeste gevallen worden gestabiliseerd  door middel van osteosyntheseplaten. Dat zijn titaniumplaten die met schroeven in het bot verankerd worden. In principe hoeven ze nadien niet te worden verwijderd. Afhankelijk van de fractuur en de gekozen osteosynthese kan de intermaxillaire fixatie na de ingreep enkele weken behouden blijven.

osteosynthese 
  Voorbeelden van osteosyntheseplaten en schroeven

Postoperatief

Na de ingreep blijft u – afhankelijk van de uitgebreidheid van de fracturen – enkele dagen in het ziekenhuis. Hebt u een intermaxillaire fixatie gekregen, dan zal het dieet vooral uit vloeibaar voedsel bestaan. Optimale mondhyghiëne blijft belangrijk, ondanks de schroeven of spalken.

De eerste dagen na de ingreep is het gelaat gezwollen. Die zwelling verdwijnt grotendeels in de eerste twee weken na de ingreep. Soms is het gelaat tijdelijk gevoelloos. Het gevoel in het gelaat zal zich spontaan herstellen, tenzij de arts u dat voor of onmiddellijk na de ingreep anders heeft verteld.

De hechtingen in het gelaat worden na één week verwijderd. De hechtingen die in de mond worden gebruikt resorberen spontaan. Als ze storen, kunnen ze zo nodig na twee weken verwijderd worden.

Na de ingreep worden voor de verdere opvolging vervolgconsultaties gepland. In bepaalde gevallen is nog een radiografie ter controle nodig. Zodra de fractuur geheeld is, kan de intermaxillaire fixatie worden verwijderd. Meestal gebeurt dat op de polikliniek, onder lokale verdoving.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 11-2-2016 10:12.

Locatie >

Team >