Slideshow: in de kijker


Het project Gerodent van het UZ Gent trekt sinds 2010 naar woonzorgcentra en verleent er curatieve en preventieve mondzorg.

Lees meer


De Warmste Week nadert. Dat merkt u onder meer aan de verschillende acties die in het UZ Gent lopen.

Lees meer


Het UZ Gent is vlot bereikbaar. Op de campus maakt een routesysteem u wegwijs.

Lees meer

​Spraak- en taalonderzoek

De spraak en taalontwikkeling bij een kindje geboren met schisis zal op dezelfde manier verlopen als bij kinderen geboren zonder schisis. Door de schisis in het verhemelte is de afsluiting tussen mond- en neusweg gestoord en vertraagd. Hierdoor zal het kind mogelijks moeilijker klankjes kunnen uiten of zal een deel van de lucht door de neus ontsnappen en kan er hypernasaliteit (teveel neusspraak) optreden. Op jonge leeftijd kan er nog niets gedaan worden aan deze typische hypernasaliteit. Wel kunnen we de spraak en taal bij de baby en het jonge kind stimuleren. Tijdens de babyperiode is het spelenderwijs ingaan op vocalisaties (klankuitingen) en brabbels heel belangrijk.

Communicatieve tips voor baby's en peuters

Op kleuterleeftijd worden al hogere eisen gesteld aan het spreken en het begrijpen van taal. Soms kan een kleuter met schisis later beginnen spreken of horen we een typische "nasale klank" tijdens de spraak. Een eerste gestandaardiseerd spraak-taalonderzoek wordt afgenomen op de leeftijd van 2-2,5 jaar. Dit specifiek taalonderzoekje wordt elk jaar herhaald zodat we de spraak- en taalontwikkeling van het kind nauwkeurig kunnen volgen. Als het kindje niet spreekt op kleuterleeftijd of een aanzienlijke spraak- en taalachterstand heeft, kan logopedische therapie geadviseerd worden. Bij lichte spraak-en taalproblemen wordt vaak taaladvies geformuleerd.

Taaltips voor oudere peuters, kleuters en jonge kinderen

Als er sprake is van een spraak-taalachterstand of -stoornis of een resonantiestoornis (teveel door de neus praten) wordt logopedische therapie opgestart. De leeftijd waarop verschilt van kind tot kind. De piek van de spraak- en taalontwikkeling ligt tussen de twee en zes jaar. Het is dan ook logisch dat logopedische therapie best in deze periode opgestart wordt. Het tijdstip van starten wordt bepaald in samenspraak met de ouders. De stelling –hoe vroeger starten met logopedie, hoe beter- is niet altijd van toepassing.

Bij kinderen van de lagere school kan het eventueel noodzakelijk zijn om logopedische therapie te starten of te herbeginnen bij het optreden van hardnekkige articulatiestoornissen en hypernasaliteit (teveel neusspraak). Eventueel kan in samenspraak met de hoofd- en halschirurg en de ouders een spraakverbeterende ingreep (de zogenaamde velofaryngoplastiek of een andere palatale ingreep) overwogen worden.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 13-12-2013 12:59.